Groter Dan Het Leven Zelf

Mensen zullen hun grootste stenen altijd gooien naar de boom die de meest waardevolle vruchten in zich draagt.
- J.B.Thyssen

Voor de tweede keer die week arriveerden Zoryq en Bogal bij de voordeur van Julius Thyssen. Op de voordeur hing een bordje, dat er de vorige keer nog niet had gehangen. Op het bordje stond een tekst:

if ever in the dark
brighten the spark
if ever afraid
start to masturbate

De twee wezens hadden al geruime tijd geen woord meer gewisseld. Bogal was diep teleurgesteld vanwege het mislukken van zijn experiment. Het kon hem allemaal niets meer schelen. Die Thyssen was er de oorzaak van dat het experiment mislukt was, dat was voor Bogal duidelijk. Hij werd heen en weer geslingerd tussen haat en bewondering. Hij haatte iedereen die zijn experimenten verijdelde. Maar dat één of andere aardling zonder het zelfs maar te weten zijn creatie om zeep had geholpen, dat verdiende bewondering. En zo was Bogal teruggevallen in zijn passieve rol. Meestal deed hij wat Zoryq hem opdroeg en toonde hij maar bar weinig initiatief. Nu, in deze vreselijke dagen tussen de stervelingen, had Bogal zich van zijn andere kant laten zien. En wat was er uit voortgekomen? Niets. Helemaal niets. Ze waren nog net zo ver van huis. Bogal ging er min of meer van uit dat het oorspronkelijke plan met alle haken en ogen uitgevoerd zou worden. Thyssen uithoren en om zeep helpen en vervolgens alle vindbare exemplaren van het ‘Wacht Maar’-boek in beslag nemen. Zoryq had gelijk dat de zaak daarmee nog niet af was, maar ze hadden dan in ieder geval hun taak volbracht en Sal kon tevreden zijn... in onwetendheid. Bogal was enigszins in verwarring, omdat hij bang was om de schrijver van het boek onder ogen te komen. Het was alsof deze schrijver alles vantevoren zó onmenselijk goed had geregeld, dat ingrijpen van hogerhand bij voorbaat gedoemd was te mislukken. Het besef dat een boek, wanneer het eenmaal uitgekomen is, in staat is om de wereldgeest te beïnvloeden als een kruipend zaad, beangstigde Bogal. Dat was precies waar Sal zo’n moeite mee had: aardlingen die hun sterfelijkheid overstijgen, lachen in het aangezicht van het lot. Mensen die stomweg geen genoegen nemen met de halfbakken verklaringen die er geboden worden door de gevestigde literatuur. Zoryq werd ondertussen door geheel andere gedachten in beslag genomen. Hij had het hele boek gelezen en was ervan overtuigd dat Sal hun op deze missie had gestuurd omdat hij bang was voor de waarheid. Of althans, hij zou er een probleem mee hebben wanneer ‘de waarheid’ gemeengoed zou worden onder de mensen. En waarom eigenlijk? Was de planeet aarde niet al vanaf dag één een mislukt project? Wat kon het Sal feitelijk schelen of mensen hun oorspronkelijke ‘zedelijke’ gedrag in stand zouden houden? Het vermoorden van Thyssen was niet iets waar Zoryq met verlangen naar uitkeek. Nu hij de tekst van het onheilige boek kende, wist hij dat de schrijver alleen maar naar zijn eigen goeddunken had gehandeld en alles beschouwd alleen maar meer plezier voor anderen en voor zichzelf zocht. Daar was toch niets op tegen? Eeuwen geleden had Zoryq al wel eens met open mond van verbazing geluisterd wanneer Sal beweerde dat de aardbewoners tot in de lengte van dagen als makke schapen hun oorspronkelijke zedelijke pad zouden bewandelen. Je hoeft ze alleen maar een klein beetje bij te sturen, yeah sure. Het in scène zetten van zogenaamde wonderen en ‘onverklaarbare gebeurtenissen’ begon zijn charme te verliezen. De mensen waren er allang van overtuigd dat er meer is tussen hemel en aarde. Niemand keek meer op van graancirkels, vliegende schotels, toevallige ontmoetingen en wat dies meer zij. En zo kon het gebeuren dat Zoryq er min of meer op rekende dat Bogal straks de lakens uit zou gaan delen. Bogal was immers teleurgesteld door het mislukte experiment en dus vol wraakgevoelens.
Omdat Thyssen alwéér niet reageerde op de deurbel, besloten Zoryq en Bogal het gebruik van magische trucs niet meer te schuwen. Zij stapten door de voordeur heen en stonden oog in oog met Julius Thyssen, die in de woonkamer van zijn appartement aan het stofzuigen was. Zoryq en Bogal waren gewend aan de heftige reacties die hun onwereldse gedrag opriep. Het vreemde was echter, dat Julius Thyssen niet eens leek te schrikken. Zoryq en Bogal keken elkaar aan. Julius trapte tegen de enorme schakelaar van de stofzuiger. De drie aanwezigen luisterden hoe de motor van de stofzuiger tot stilstand kwam.
"Jaja, een zelf opgevoerde stofzuiger, begrijpt u wel."
Julius liep onverstoord langs Zoryq en Bogal naar de voordeur en keerde vervolgens weer terug.
"Ja, ik dacht even dat ik de voordeur open had gelaten ofzo", zei hij, "en aan twee indringers heb ik voorlopig wel genoeg, weet je."
"Wij zijn gekomen om uw boek te vernietigen", sprak Zoryq uiteindelijk, omdat Bogal geen woord kon uitbrengen. De zenuwen.
Zoryq en Julius keken elkaar een tijd lang zwijgend aan.
"Oh dàt!?", zei Julius, "I see; the same old same old. Wat is er nu weer niet goed?"
"Eeuwenlang", zei Zoryq, "zijn de mensen collectief bang voor wat hun te wachten staat. In het leven, maar ook daarna. Gelovig of niet, allemaal houden ze er stiekem toch een beetje rekening mee, dat ze nog wel eens, ja hoe zal ik het zeggen... dat ze nog wel eens slecht terecht kunnen komen."
"Naar aanleiding van hun zonden", vulde Bogal aan.
"Jehova-getuigen? Eeh, spaar jullie moeite en rot m’n huis uit!"
De reactie van de schrijver zorgde ervoor dat de twee dienaren van de grote ontevreden Sal elkaar zwijgend aankeken.
"Eh... een moment graag", zei Bogal, "dan zullen wij even demonstreren dat wij geen Jehova-getuigen zijn."
"Fair enough", dacht Julius hardop, en hij keek toe.
"Klaar?", zei Bogal tegen Zoryq.
"Helemaal"
Julius was er getuige van dat twee op het oog toch redelijk normale antropomorfe wezens in elkaar groeiden tot één wezen. Aan dit product-wezen was echter weinig menselijks meer te bekennen. De nietsvermoedende schrijver kon niet ontkennen dat hij op dat moment een hyena in zijn woonkamer had staan. Zoals het een goed hyena betaamd, had ook dit exemplaar lange voorpoten en een valse snuit. Enigszins in strijd met de dierlijke gedragsregels liep de hyena vervolgens echter op zijn achterpoten naar de bank, pakte de afstandsbediening van het televisietoestel en ging naar één van de kabelzenders kijken. Wat de hyena uitkoos, was een documentaire over stealth-vliegtuigen.
"Je zegt het maar als we weer kunnen praten", zei de hyena zonder zijn snuit van het t.v.-beeld af te wenden.
"Hey, ik ben overtuigd. Zeg maar wat de bedoeling is ofzo eh.."

Sal zou ongetwijfeld woedend zijn als hij op dat moment de moeite had genomen een blik te werpen op het tafereel in de woonkamer van Julius Thyssen. Zoryq en Bogal zaten aan de tafel in de woonkamer thee te drinken met de schrijver, die, zo moesten zij onmiddellijk toegeven, lang niet onaardig was. Sal zou zonder de geringste schaduw van twijfel uit zijn vel gesprongen zijn, als hij had gehoord dat Julius en Zoryq het hadden over ‘de voordelen verbonden aan wonen op grote hoogte’. Maar Sal zat op dat moment op zijn zachtste kussen een opium-pijp te roken, vergezeld door een pratende pof-adder.
"Anyway," zei Julius, "jullie zijn hier niet gekomen om te lullen over op-tien-hoog-wonen, dus eh hè? Wat was dat nou, over mijn boek vernietigen en eeuwenlang zondigen enzo?"
"Waar het allemaal min of meer om draait is dit", legde Zoryq uit, "deze hele planeet draait om angst. Als niemand ergens bang voor was, dan was het gauw gebeurd met de mensheid. Maar iedereen is bang, al was het alleen maar omdat hij heel héél misschien bestraft wordt voor het dooddrukken van onschuldige mieren, het doorrijden na een auto-ongeluk, het pesten van die ene stille jongen op school, het jatten van geld uit de portemonnee van hun moeder..."
"Yeah yeah yeah ik zie wat je bedoelt", viel Julius Zoryq in de rede.
Na een kleine pauze ging Zoryq voorzichtig verder:
"Goed. We hoeven elkaar natuurlijk niet voor het lapje te houden: er is helemaal geen straf of beloning na het menselijk leven. Maar het is nou eenmaal niet de bedoeling dat dat gegeven gemeengoed wordt. Als het er toch allemaal geen moer toe doet, dan lopen de mensen over elkaar heen, ontziet niemand ooit nog iemand."
"Welkom op aarde", zei Julius.
"Hoe... wat bedoel je?"
"Nou", ging de schrijver verder, "Als één ding de mensen tekent is het wel dat ze over elkaar heen lopen. Dat was al zo vóór ik mijn boekje had geschreven. Daar gáát het nou juist om: zolang ik leef verbaas ik me over de mensen, hoe stom ze alles voor zichzelf en dus ook voor anderen maken. Als ze nou een beetje hun harses zouden gebruiken, dan was het hier niet zo’n irritante puinhoop. Alles moet maar haastig gestresst gemaakt worden of er is een te klein budget, het is altijd wat."
"Ja maar, je hoeft ze toch ook weer niet te vertellen dat het er niet toe doet om in de hel te komen? Als ze daar nooit meer bang voor zijn, dan wordt het een nog grotere puinhoop. En als ze zich een beetje inhouden, dan wacht hun het paradijs."
"Amen hallelujah, het is heus geen nieuws meer dat de hel al op aarde is en dat iedereen zich na een paar uur hemel al stuk zou vervelen. En wat wou je er aan doen? Mijn boekje vernietigen? What a joke! Ik weet zèlf al niet meer waar het allemaal naartoe is."
"Maar dat kun je nagaan... toch?", zei Zoryq.
"Nagaan? Nagaan? Hagghagh hoe dan? Hey, en trouwens, het boekje staat ook al op eh.. andere media, en ligt al in negen bibliotheken."
"Hoezo ‘andere media’ ?"
"Nou, net wat ik zeg. Het is niet alleen maar een boekje; we hebben het ook al verspreid op CD-ROM enzo. Nee, pff, daar is echt geen beginnen aan. Forget it."
"We? Wie zijn ‘we’ ?"
"Mijn uitgever en ik. En WE hebben in het begin ook zo hier en daar expres een exemplaar zogenaamd per ongeluk laten liggen, die boekjes vind je dus nooit meer terug. Hahaaggghughg.. Hugghuhhggggh!!" Julius moest opeens zijn keel schrapen.
"Ja kijk, ik gghuhgg zal je vertellen, vanmorgen heb ik mijn plee schoongemaakt, gele randjes begonnen alweer te komen enzo, mhug, hegghège, ligt dus flink wat van die geconcentreerde chloorbleek in de pot, en wat denk je? Vergeet ik dat ik bezig was met die WC, muziek leidde me af ofzo, pis ik er straal overheen! Dat spul bruisen en ik adem die ontstane hydrazine-verbinding dus in. Ghugha, zodoende."
Bogal en Zoryq hadden medelijden met de schrijver. Een weecee schoonmaken, dat hadden ze nou nog nooit hoeven doen. Sterker nog, ze hoefden nooit naar de weecee. Zoryq besefte zich dat hij nog nooit een weecee van binnen had gezien. Bogal achtte het onderwerp verder geen bespiegelingen waardig en constateerde juist dat thee drinken plezieriger was dan het nuttigen van cappucino décaf toen Julius verder ging:
"Sinds mijn boekje ligt mijn hele leven sowieso al in de soep. Wat op zich heel gek is, want ik dacht altijd al wat ik dacht en ben wezenlijk niet veel veranderd, maar het feit dat ik het mooi onder woorden heb gebracht, iets wat normaal gesproken als talentvol wordt gezien, is mij duur komen te staan."
Zoryq wist niet wat hij hierop moest zeggen. Sal had gelijk met zijn waarschuwingen voor deze Julius. Hij had een te scherpe tong, een goed verweer wisten Zoryq en Bogal niet te brengen. Bij hun opdrachten hadden zij nog nooit meegemaakt dat iemand hen omver kon lullen, Julius wachtte niet op antwoord en ging door:
"Er komen trouwens ook wel gekke en hele lieve positieve reacties op mijn boek. Van mensen die ik niet eens ken. Vooral veel belgen, zomaar bestellingen uit Brussel, hoe vind je dat hè hé? Is nou precies wat ik wilde, denk ik, die spontane uitbarstingen van mensen geven het leukste gevoel denkbaar. Ik heb ’t toch maar mooi gedaan, het hoefde helemaal niet. Ik bedoel, doen jullie nou ooit iets om anderen mee te vermaken? Iets creatiefs, iets gewaagds, iets nieuws? Hè?"
De schrijver keek Zoryq en Bogal afwisselend aan.
"Mwaah...", zei Bogal, "Zeer kort geleden waagde ik me nog aan iets nieuws. Was misschien een beetje te gewaagd, denk ik..."
Hij zag weer voor zijn geestesoog hoe zijn creatie zichzelf had onthoofd. Die ogen, die teleurgestelde blik... het voorval zou hem altijd bijblijven.
Julius schonk er verder geen aandacht aan:
"Vlak na de verkoop van de eerste exemplaren leerde ik een meisje kennen, heel erg lief enzo, ik wou alles er wel mee, zelfs trouwen ofzo, maar toen ze mijn boekje gelezen had viel ze over iets wat er in mijn boekje gezegd wordt: Is een vagina soms niet viezer om te zien dan een penis? Ja, ik zou dat volgens haar gewoon zelf denken. Of ik soms niet heimelijk homofiel was, of ik soms bang voor haar kutje was, of ik dat eens haarfijn gghughaa wilde uitleggen, wat er dan viezer aan was weetjewel, het hield niet op! Goed, toen maakte ze dat wat er tussen ons aan was met me uit en she was out the door! Nu vraag ik jullie, is dat belachelijk of is dat idioot!?"
"Joa eh..." Zoryq kreeg de tijd niet en Julius vervolgde:
"Het toch al van onzekerheden vervulde geestesleven van jonge vrouwen is nu misschien wel vervuld van haat, ze willen me dood hebben. Die extra onzekerheid over de schoonheid van hun geslachtsdeel, daar waar wij notabene allemaal uit komen"
"Wij niet hoor" laste Bogal in.
"Ja nee goed, maar die extra onzekerheid dus, die heeft een woedende discussie ontketend, niet normaal meer. Waarschijnlijk voor ’t eerst dat ze er werkelijk zo vrij over durven praten ofzo."
"Ze hebben dan toch ook gelijk, zoiets moet je niet doen, da’s hard en flauw, voor een aardling", Zoryq probeerde het nog een keer.
"Neenenee, dat is nou humor, joh! Mensen wíllen juist beledigd worden, vinden ze heerlijk, ik bedoel, stel je eens voor dat je nooit beledigd zou worden, wat is er dan nog aan hier? Dan is iedereen op een gegeven moment perfect en wat moeten ze dan? Elkaar enkelt nog complimenteren? Dat zie je toch niet voor je? Lukt toch nooit?
En omdat ik dat toch maar mooi heb opgeschreven en omdat het ongelooflijke domkoppen geeft moet ik nu alsmaar uitleggen dat er, okay, enige parallellen met de werkelijkheid zijn, maar dat ik inderdaad een enorme fantasie heb en het autobiografische element in mijn boekje uiterst klein is in verhouding tot dat waar ik me bij heb bescheurd van het lachen toen ik ’t verzon. Hey, liegen was toch altijd toegestaan in boeken? Maar mij moeten ze tòch eerst even doodserieus nemen! Is dat nou voor unfair treatment? Moet zeker eerst 45 zijn om autobiografisch te mogen liegen.."
Het bleef een moment stil. Zoryq keek naar Bogal. Dit gesprek ging een kant op, die hij niet had voorzien. Zij waren de luisteraars, niet de sprekers. En juist toen Zoryq van plan was de stilte te doorbreken ging Julius verder:
"Of dan dat ze vonden dat de schrijver zichzelf niet serieus neemt. Najaa, nu vraag ik jullie, is dat soms noodzaak, dat ik mezelf serieus neem? Wat is dàt nou weer voor slap uitvluchtsel !?"
"Ik eh.. maar wij komen hier om u eh..", probeerde Zoryq weer, maar Julius rangeerde elk verweer van Zoryq en Bogal de laan uit.
"En dan hoe mijn boek soms wordt gecensureerd; Ha! Nooit geeft iemand de ware reden op. Precies dat waar het allemaal over gaat, dat je alles kunt zeggen en bijna evenveel kunt doen, zonder daar een reden voor te hoeven hebben. Allemaal spiegeltjes voorhouden, dat is de truuk!"
Het enthousiasme van Julius was overweldigend.
"Maar volgens onze opdrachtgever..", waagde Bogal tevergeefs.
"Jaja, dat kan ik wel raaien, maar dat heeft jullie baas helemaal verkeerd begrepen, ik zeg in/met mijn boekje niet dat mensen maar bij de pakken neer moeten gaan zitten of verder maar geen enkele regel, norm of wet moeten handhaven of depressief op het einde moeten zitten wachten of van hun menszijn moeten balen ofzo, welnee màn! Als ik er al iets in zeg, zeg IK dat ze er iets mee moeten doen, met die wetenschap, dat de mensheid helemaal niet zo vervelend hoeft te eindigen, dat we slim genoeg zijn om er een fijn wereldje van te bouwen nu het nog kan en dat we lachend ons uitsterven tegemoet moeten gaan en ik leg ook goed uit waarom en ik geef zelfs prima ideeën en voorbeelden enzo ja?! Zeg dàt maar tegen die opdrachtgever van jullie! Hij moet niet zo zeiken! Mijn intenties zijn juist positief!"
Zoryq en Bogal stonden met hun nepmonden vol neptanden,
dit was het eerste menselijke wezen dat naar hun idee aardig was en evenveel objectief inzicht bezat als zij zelf wisten te bezitten.
"Een poosje terug kreeg ik zelfs een hele leuke brief van ene Imogeen, heel jong meisje, razend enthousiast over mijn boek. Die vroeg mij wat mijn connectie met popster Madanoa was, waarom ik zo over haar schreef enzo. Tja, Madanoa, weten jullie wie dat is?" Julius keek Bogal verwachtingsvol aan.
"Ik geloof dat we wel weten wie dat is ja, was dat niet die meid waar Sal eh..?" Bogal wendde zich tot Zoryq.
"Waar Sal ook iets eh.. ja, wat was ’t ook weer?" zei Zoryq.
"Ze kreeg te veel macht voor een aardse, zoiets zei Sal geloof ik.."
"Ja oh ja, ja, en daar heeft Sal toen Veryq & Elstak op af gestuurd toch?"
"Kwamen niet meer terug bij Sal."
"Madanoa had van ’m gewonnen," zei Zoryq, nu naar Julius gekeerd.
"Ja okay, die Madanoa dus, daar heb ik jarenlang schriftelijke correspondentie mee gevoerd, toen ze nog niet zo erg wereldster was als nu. Die Imogeen is de eerste geweest die het geloofde, die ik brieven van Madanoa heb laten lezen. Ja, ik verkeerde in een benarde situatie, altijd als ik erover sprak met mensen wilde niemand mij geloven. Bovendien heeft Madanoa mij publiekelijk nooit persoonlijk bij naam genoemd, me nooit openlijk kunnen bedanken of zo, dat kon niet anders dan in geheimtaal, als ze het wou, want anders werd er bij mij ingebroken. Het was al een keer gebeurd dat ik in zo’n tiener-blaadje en op radio 10 werd genoemd als iemand waar Madanoa brieven mee schreef en toen was mijn postvakje een keer opengebroken. De postbezorging bleek ook ineens hartstikke corrupt te zijn, kreeg soms wekenlang geen post enzo."
"Maar eh.. waarom liet je die Imogeen nu ineens wèl brieven van Madanoa lezen dan?" vroeg Zoryq, die duidelijk goed had opgelet.
"Omdat ze mijn brieven niet meer beantwoordt, terwijl ik nogsteeds van haar hou, ook al is ze veel te oud en inmiddels voor mij te rimpelig..", antwoordde Julius resoluut, "en ik heb haar geheimhouding verzekerd omdat ze mij geld heeft geschonken om mijn boek, dat wat jullie eh.., om mijn boek te kunnen drukken"
"Say what? Dus die Madanoa kent ‘Wacht Maar Tot Mijn Boek Uitkomt’ al?" vroeg Bogal geschrokken.
"Ja sterker nog, ik heb ’t zelfs voor d’r vertaald, want alleen dàn zou ze de verspreiding ervan steunen, had ze gezegd. Ze wou wel effe weten wat er allemaal in stond enzo.. eh.. ze vond het trouwens prachtig allemaal, ze schreef me dat ze boeken van amerikaanse schrijvers had gelezen waarin het engels slechter was dan het mijne, wat een schat hè?"
"Zeg Zor, maar als Madanoa zijn boek steunt, is het dan niet al te laat?"
"Je bedoelt onmogelijk om verspreiding nog tegen te houden omdat zij al van Sal gewonnen heeft?" deduceerde Zoryq.
"Als Madanoa het kent, kent de hele wereld het, zo gaat dat met wereldsterren, toch?" vroeg Bogal nu aan Julius.
"Dat hoop ik ja, maar ik kan er nog niet van leven, financieel.." antwoordde Julius, onzeker over wat hun dat zou kunnen schelen.
"Shit Bogal, dit stinkt allemaal, Sal gelooft vast niks van zijn connecties met Madanoa, I say we escape! Een no-win situation, we are fucked!"
"Net als Veryq & Elstak?" vroeg Bogal bezorgd recessief, maar Zoryq reageerde niet en keek peinzend in de richting van Julius. Julius keek Zoryq zo lang mogelijk in de ogen zonder te knipperen, Zoryq knipperde en Julius ontwaakte uit zijn spelletje:
"Eh, wat doen jullie hier dus eigenlijk nog? Ik heb ’t al moeilijk zat zonder vriendin! Geen tijd meer, ik ga nu boodschappen doen, mijn huis uit en opdonderen!"

?

Volgende hoofdstuk