Door wie dit is geschreven?
Schrijver 1 & Schrijver 2


Stoute Meisjes

"Mam", zei Laura, "Ze overdrijven wel altijd alles"
"Ik wil er niks meer over horen", antwoordde Marga, "Heb je niet nog huiswerk ofzo?"
Huilend ging Laura naar boven.
Woedend en teleurgesteld deed Marga de afwas, daarbij twee borden naar de andere wereld helpend. Op de school was die middag onder andere gesproken over het verdwijnen van Imogeen. Tot grote verbazing van Marga hadden twee leraren enkele vreemde verhalen verteld over sex-spelletjes, waar Imogeen en Laura zich mee bezig hadden gehouden.
"Waarom hoor ik dat nú pas?", had ze geschokt gevraagd.
"Nou eh... u moet begrijpen, het zijn maar geruchten. Ik heb nooit zelf zoiets meegemaakt, jij wel Gerard?"
"Nee... nee"
Marga had het idee gekregen dat haar als opvoeder het één en ander werd verweten. En er was duidelijk iemand die er meer van wist, maar uiteraard geen woord wenste vuil te maken aan het geheel; Mevrouw Huisken, de lerares geschiedenis. Zij was immers met de klas naar Terschelling geweest.
Marga belde het nummer van Quint, maar kwam tot de conclusie dat hij niet aanwezig was. Ze besloot het wat later nog eens te proberen. Ze wist namelijk zeker dat wat ze die middag op school had gehoord te maken had met het verdwijnen van Imogeen. Ze wist niet waarom ze zo zeker van haar zaak was, maar eenzelfde gevoel van zekerheid had haar in het verleden nooit in de steek gelaten. En wat moest ze met Laura? Het was duidelijk dat Laura veel meer wist dan ze zei. Ze zou wel een zeer slecht opvoeder zijn als ze dat niet zag. Quint had ook al te kennen gegeven dat Laura een telefoongesprek had gevoerd met Imogeen. Een verdacht telefoongesprek. Waar rook was, was toch ook altijd vuur???

Quint was inderdaad niet thuis. De hele toestand met de vogelman, het gerucht dat Imogeen iets met een pornofilm te maken kon hebben, de onwerkelijk lange arm van het toeval die Nathalie weer op zijn pad had geslingerd, het werd er allemaal niet eenvoudiger op.
"Ik ben gewoon een vader die zijn dochter terug wil!", zei hij. Met zijn hand voelde hij voorzichtig aan zijn neus, die dit niet op prijs stelde. Quint trok een pijnlijk gezicht.
"Hoe oud was ze?", vroeg de man achter de bar.
Het was een aardige rustige man, beetje kalend, die met de routine van het vak een paar glazen aan het afdrogen was. Quint keek de vriendelijke man aan.
"Hé kalm hè? Wàs ze? Wàs ze? Ze is helemaal niet... was..."
Het weinig samenhang vertonende antwoord van Quint op de zo eenvoudige vraag bracht de barman ertoe een moment van stilte in acht te nemen.
In het café waar Quint was afgedaald tot het overmatig gebruik van sterke drank bevonden zich op dat moment negen mensen, waaronder de barman en Quint. Quint zat ‘aan de bar’, en deelde deze mistroostige positie met één mens, een zwijgende juffrouw van onduidelijke leeftijd. Aan de tafeltjes zaten de resterende zes mensen in drie clusters van twee personen op zachte toon te babbelen. Quint ging heel soms naar dit café toe. Het was voor een café betrekkelijk gezellig, niet zo duister, en de airconditioning was goed. Quint had een hekel aan rokerige ruimtes. Zonder een woord te wisselen begreep de barman van Quint dat zijn glas nodig bijgevuld diende te worden. Quint dronk Smirnoff. Hij wist van zichzelf, dat hij geen drinker was. Hij had ook geen speciale favoriete drank. Bij Marga had hij sherry gedronken, nu was het Smirnoff, over een half jaar weer wat anders.
"Ik ben m’n dochter ook kwijtgeraakt. Wil je horen?" vroeg de barman.
"Hey, ík heb de tijd wel.."
"Ze was zeventien, leuke meid. Inez. Goed, met zeventien hebben ze dan meestal al wel vriendjes. Inez ook. Mijn vrouw (god hebbe haar ziel) en ik vonden het wel best. Die jongen was wel een stuk ouder, maar hij zag er betrouwbaar uit. Baan enzo, kwam uit een goed nest. Hij heeft me zelfs nog geholpen met het belastingformulier. Goed, ze gaan met elkaar uit, niks aan de hand denk je dan. Jahaa, dat dachten wij dus ook, maar mooi niet. Dat joch blijkt allemaal enge dingen te willen waar ze helemaal geen zin in had. Seksjuwele dingen weetje."
De barman keek een moment in de verte.
"Goed, dus zij maakt het uit. Maar ja, die vent laat ’t er niet bij zitten. Eerst nog netjes, bloemetjes, bonbons, de hele rataplan. Maar daar moest ze natuurlijk niks van weten. En op een nacht, ik weet het nog goed, ik hoor geschreeuw uit haar kamer. Dus ik ren naar boven, staat die kerel in haar kamer met een mes. Heeft haar zomaar doodgestoken. Kon ’t niet verkroppen, zegt ’ie, dat ze hem niet meer wou zien."
"Jeetje", zei Quint meelevend.
"Ja, goed, ik ben er wel overheen gekomen, maar m’n vrouw niet. Die heeft uiteindelijk het hele medicijnkastje doorgeslikt. Ze was al dood toen de ambulance kwam. Ja, je zegt dan tegen jezelf, had ik haar kunnen redden. Want ik wist niks van EHBO enzo, eg niks. Vond ‘r op de badkamervloer, ambulance gebeld en maar wachten. Maar ja, ze wou toch niet verder zonder Inez. Ik ook niet hoor, maar ja, je bent dan zo opgevoed van niet zeuren, gewoon doorgaan met je werk hè. En voor je het weet ben je dertig jaar verder en heb je geen vrouw meer aangeraakt. Ik denk er ook niet meer over na."
"Behalve nu dus"
"Behalve nu ja."
En er viel een stilte, waarin Quint zijn glas ledigde. Hij was een beetje in verwarring, deels vanwege het ongebruikelijke alcoholgehalte van zijn bloed, deels vanwege het verhaaltje van de barman. Hij had het op zo’n... gewone toon vertelt, terwijl het eigenlijk een afgrijselijk verhaal was. En nu stond hij met een vriendelijke glimlach op zijn gezicht weer een glas af te drogen. De rust zelve.
Hoe blijf je zo kalm? wou Quint vragen, maar kwam er niet toe de vraag uit te spreken. De stilte, het zwijgen, de glimlach, dáár zat hem juist het geheim van deze gemoedsrust. Als men troebel water schoon wil krijgen kan men het maar beter met rust laten. De barman had geleerd rust te vinden met de wereld om hem heen, hoe krom deze zich ook aan hem openbaarde.
De juffrouw van onduidelijke leeftijd stond van haar kruk op en ging met glas en al op de kruk naast Quint zitten.
"Ik ben mijn dochter ook kwijtgeraakt", zei ze.
Quint vermoedde dat hier sprake was van een leugen, wellicht met het doel zijn aandacht te winnen. Het geval wou echter dat hij niet in de geringste mate tot haar werd aangetrokken. Hij vond haar te oud (of zag ze er alleen maar zo oud uit?), ze had teveel make-up op, haar kleren waren niet leuk, haar luchtje was goedkoop en ze leek in de verte niet eens op Sarah. De juffrouw van onduidelijke leeftijd was echter niet voorzien van telepathische vermogens en begon haar verhaal:
"Ik was misschien vijftien jaar..."
De barman kwam er bij staan en luisterde mee met een zachte glimlach op zijn gezicht.
"Heus, ik schaam me er niet voor. Maar in die tijd was er voor een meid uit mijn milieu maar één makkelijke bijverdienste: hoereren. De straat op, je lichaam verkopen. Avond na avond naar de haven en met de jongens naar de schuur van Boer Eddie. Ik vond het toen niet heel erg leuk ofzo, maar ook niet heel erg verkeerd. Ik dacht er helemaal niet over na. Ik zag alleen het geld, en die jongens waren altijd heel goed voor me. Nooit, ik zeg je, nooit heeft eentje niet willen betalen. Maar we waren niet voorzichtig. M’n moeder had me geleerd hoe je met de thermometer kon kijken of je onvruchtbaar was. Werkte natuurlijk totaal niet. Dus ik werd zwanger. En er was natuurlijk geen vader. Wist ik veel, dat kind kon wel van iedereen zijn. Abortus, daar had je het toen helemaal niet over. Maar ik kende iemand en die kende weer iemand die weer iemand kende die er wat aan kon doen. Dikke vrouw, zei geen woord, prikte de vrucht dood met een breinaald. Het zou een meisje zijn geworden, dat kon ik nog net zien. Ik had vreselijke spijt toen ik mijn dochter aan die breinaald naar buiten zag komen. Pijn dat ik heb gehad! Paar weken kon ik niet opstaan van bed, verloor tien kilo. En dan val je na een paar weken toch terug in het oude leventje. Ik had het geld nodig, kon er niet zonder. En ik had van de dokter de pil voorgeschreven gekregen."

Quint en de barman hadden gelijktijdig het idee dat dit verhaal nog een vreemd einde zou krijgen. Zij werden niet teleurgesteld:

"Op een avond was er een man, grote sterke kerel. Hij zei niet veel, maar hij wou wel een wip maken in de schuur van Boer Eddie. Bijna al die mannen waren matrozen, maar deze kerel was kapitein van een bootje dat die avond binnen was komen varen. In de schuur van Boer Eddie deed ik mijn kleren uit en zei wat ’ie zo’n beetje kon verwachten. Anaal, daar deed ik niet aan enzo. Kerel begon zich ook uit te kleden en toen zag ik een enorm litteken op zijn borst zitten. Alsof er een kanonskogel dwars door hem heen was gevlogen, ik zweer ’t je! Hij deed alsof hij mij niet zag kijken, draaide zich om, en op zijn rug zat net zo’n litteken. Ik vroeg hem of hij een ongeluk had gehad ofzo.
‘Het was jíj die een ongeluk had, niet ik. Ik was er gewoon op het verkeerde moment’, zei die kerel.
‘Hoe bedoel je? Ik heb helemaal geen ongeluk gehad’, zei ik.
‘Oh nee? En dat gestuntel met die breinaald? Hoe denk je dat dat voelt, als je zo klein en zwak bent! Dat was toch jouw ongelukje?’
Ik ging zo’n beetje van m’n stokje, dat zul je begrijpen. Maar ik had met m’n eigen ogen gezien dat het een meisje was geweest, dus ik zei:
‘Maar jij bent niet mijn dochter! Jij bent een man!’
Maar ja, daar bleek ik mij dus in te vergissen. Wat er toen precies gebeurde weet ik niet meer. Ik herinner me nog vaag dat die... ja, het was dus gewoon geen kerel maar m’n dochter. Die... die klant werd opeens helemaal roodgloeiend, ik zag geen hand voor ogen. In het ziekenhuis zeiden ze dat ik het allemaal had gedroomd of teveel had gedronken. Maar die brandwonden konden ze niet verklaren, want waar ze me vonden was geen vuur geweest. Het heeft jaren geduurd tot ik weer een beetje bij zinnen was. Jaren zeg ik je!"

Quint gebaarde naar de barman dat het vloeistofpeil in zijn glas een zorgwekkend minimum had bereikt. De barman schoof er nog een glas bij, en schonk de juffrouw van onduidelijke leeftijd hetzelfde in. Ze dronk die avond eigenlijk iets anders, maar sloeg een gratis drankje niet af. Zwijgend werden de glazen geledigd. Slechts het geroezemoes van de andere zes klanten en de zacht pruttelende radio vulden de atmosfeer met geluiden. De barman mompelde "Ik zie je!" toen Quint het pand verliet.

Hij werd wakker van het getrompetter van de buurman, die duidelijk nog niet veel verder was dan boekje één: "Ik trompetter zelf toonladders". Quint wou van bed opstaan, maar bleef een moment op de rand van het bed zitten. Een zwarte waas nam zijn beeld weg en een knallende hoofdpijn herinnerde hem eraan dat hij de vorige dag een zekere hoeveelheid alcohol had genuttigd. Zijn hart bonkte luidruchtig onder zijn ribben en het duurde opmerkelijk lang voordat de ruis uit zijn oren verdwenen was en de pijnlijke lichtstralen weer doordrongen tot zijn bewustzijn.
"Aaah!", schreeuwde hij.
Hij herinnerde zich hoe de zaken ervoor stonden en ging douchen.

De kat zat op de trap toen hij naar beneden wandelde. Polizei stoof voor Quint uit naar de keuken en ging trots naast een dode duif zitten, die daar op de grond lag.
"Kon je het weer niet laten, roofdier?", vroeg Quint en kreeg geen antwoord.
Hij knielde neer bij de duif en herinnerde zich wat Sarah had gezegd over dode vogels:

Een dode vogel in de morgen betekent een dag vol ellende en zorgen.

Omdat hij al geruime tijd in ellende en zorgen leefde kon deze er nog wel bij. De telefoon ging. Het was echter niet detective Harold Bartels, zoals Quint had gehoopt, maar Marga:
"Hey Quint, hoe gaat het met jou?"
"Beroerd. Te kort geslapen en eh nog niks ontdekt ofzo."
"Luister. Ik was gisteren naar een bespreking van school... je zult ook wel die uitnodiging hebben gehad... goed, maar daar hadden ze het over eh... over sex-spelletjes, waar Laura en Imogeen bij betrokken schijnen te zijn geweest. Niemand kon natuurlijk ècht vertellen wat er nou was gebeurd, maar ik heb sterk het idee dat Mevrouw Huisken er meer van weet. Jeweetwel, de lerares geschiedenis..."
"Ja ja ja"
"Maar wat doen we eraan? Heb jij..."
"Ik bel dat mens wel eens op, vandaag"
"Ja, goed. Direct bellen als je iets ontdekt hè? Het gaat nu ook om míjn dochter en die zegt zoals gewoonlijk weer helemaal niks. Doet alsof ze alles maar uit hun duim zitten te zuigen."
"Ik bel je vandaag. Bedankt."
"Succes Quint, en eh sterkte hè?"

Waar zou ik niet achter willen komen, vroeg Quint zich af. Je voedt je kinderen zo goed mogelijk op, maar ze gaan toch altijd hun eigen gang. En is er niet altijd een moment in het leven van elke ouder dat je denkt ‘Nee niet míjn kind’. Ligt niet elke ouder wel eens wakker met de angst dat de telefoon gaat en een aardige politie-functionaris aan de andere kant van de lijn zo vriendelijk en verbloemd mogelijk uitlegt dat die ideale Sjonnie of schattig lieve Jolanda betrokken is geweest bij een misdrijf?
Quint was wel vaker op de school van Imogeen geweest, maar nu had het allemaal iets treurigs. Hij was er, maar zij niet. Hij had nog een levendige herinnering aan hoe hij Imogeen samen met Sarah ging ophalen van school. Ze gingen toen picknicken in de duinen. Het was misschien wel de mooiste dag uit zijn leven geweest.
De deur van het lokaal ging open. Een kleine kudde scholieren verliet luidruchtig het lokaal. Slechts een enkeling keek even op naar Quint, die op een bankje zat. Hij keek naar de vele meisjes en jongens, allemaal zo ongeveer van Imogeen’s leeftijd. Bijna verdween Quint in het kolkende geweld van een depressie, maar de lerares geschiedenis trad voor een keer op als ‘reddende engel’.
"De Heer Fedex?", sprak ze van uit de deuropening.
"Ja hallo"
"Goeiemiddag."
Ze schudden elkaar de hand, waarbij zij zich voorstelde als Mevrouw Huisken. Vaag meende Quint dat zij al eerder aan elkaar waren voorgesteld.
"U wou met mij praten over...?"
"Over mijn dochter. Imogeen."
"Ah!"
"Ze is bijna een week verdwenen. En..."
"Ja, daar hebben we het over gehad in de lerarenkamer. Vervelende kwestie."
Terwijl Mevrouw Huisken haar medelijden uitsprak bestudeerde Quint haar uiterlijk. Ze was de klassieke lerares: streng, netjes gekleed en ook ergens misschien een beetje irritant.
Toen er een iets te lange stilte viel zei Quint:
"Ik hoorde van Marga, eh... de moeder van Laura... eh..."
"Ja ja, ik ken haar. Gaat u door."
"Goed, ik hoorde van haar dat mijn dochter en Laura betrokken zouden zijn bij zekere activiteiten."
"Dat is correct."
"U weet zeker dat het niet een... dat het geen roddel is ofzo?"
"Meneer Fedex, ik heb het zelf gezien. Met eigen ogen."
Weer viel er een stilte, die nu echter werd doorbroken door Mevrouw Huisken.
"Ik zal u vertellen wat ik weet. Dan zult u mij waarschijnlijk wel geloven... Ik weet het nog heel erg goed. Vorig schooljaar gingen we in april naar Terschelling, kamperen op de Landrumer Heide. Ik was in dat jaar klasse-lerares van de klas waar uw dochter en Laura van Opstal ook in zaten. Het is gebruikelijk op onze school dat de klasse-leraar of lerares meegaat op de schoolreisjes. Natuurlijk sliep ik niet in een tent, maar in één van de bungalows. Daar maakte ik ook plannen met drie leerlingen, over wat we dan zouden gaan doen. Weet u Meneer Fedex, ik deed heel erg mijn best om het iedereen naar de zin te maken, om ervoor te zorgen dat iedereen bij alle activiteiten betrokken was. Maar Laura en uw dochter waren steeds op de gekste momenten verdwenen. Als ik er dan naar vroeg, kreeg ik steeds ontwijkende antwoorden:
We dachten dat we vandaag voor onszelf op stap konden gaan...
Ja, van die dingen. Op de derde dag zouden we gaan wandelen op de Boschplaat en daarna in zee gaan zwemmen. We zouden voor iedereen fietsen huren en ik bleef dus natuurlijk met twee fietsen teveel zitten. Ik had vantevoren besproken met hoeveel we die excursie zouden maken, ziet u. En toen was het genoeg. Eén van de jongens die mij met de planning hielp bood uit zichzelf aan om de meisjes te gaan zoeken. Aardige jongen, heel erg rustig en stabiel. Terschelling is niet zo’n ongelooflijk groot eiland, dus ik had er wel vertrouwen in dat hij hun zou terugvinden. Nou, en hij vond ze dus inderdaad! Toen we ’s avonds - iedereen zo rood als een kreeft - terugkwamen op de camping, zaten Laura en uw dochter doodleuk op de schommel. Roy, de jongen die hun had opgespoord, bracht later die avond rapport uit. Hij had ze gevonden op de camping, nog geen honderd meter verwijderd van de plaats waar ze hun tent hadden staan. Hij had gekreun en gehijg uit een tent horen komen en had de beide meisjes daar een half uurtje later uit zien komen. Een man, van wie de tent was, betaalde hun toen doodleuk een paar honderd gulden. Roy zag daarna dat de meisjes gingen douchen op de camping. Zo’n muntjesdouche, weetuwel. En om geld te besparen of weet ik wat voor reden gingen ze samen onder één douche. Het is zo gek, Meneer Fedex, dan maak je je zorgen om jongens die bij de meisjes in de tent kruipen, en dan blijken het juist de meisjes te zijn die... die zich niet weten te beheersen. In mijn tijd was dat wel anders. Roy vertelde ook dat Imogeen en Laura elkaar afdroogden en héél erg lang in het douche-hokje waren geweest."

"Een regelrechte voyeur, die Roy van u", zei Quint.
"Ach, het is maar hoe u het bekijkt"
Mevrouw Huisken had de dubbelzinnigheid van haar antwoord niet door, of ze beschikte over zenuwen van staal. Haar verhaal ging verder:

"Ik heb overwogen contact op te nemen met de ouders van Laura, en u ook inderdaad ja, maar u moet begrijpen dat ik er op aan word gekeken als dit soort dingen gebeuren tijdens een schoolreisje. Bovendien had ik zelf nog niets gezien, weet u. En vanaf de vierde dag waren ze overal weer bij betrokken, dus toen vond ik het niet echt nodig er een punt van te gaan maken. Datzelfde jaar hadden we echter ook een buiten-sportdag bij het meer, niet zo ver verwijderd van waar u woont..."
"Ja, ik ken het meer", zei Quint.
"Het was een sportdag waar iedereen een bepaald aantal oefeningen moest doen. De leerlingen mochten zelf bepalen wèlke oefeningen ze zouden gaan doen die dag. Op kaarten werd bijgehouden hoeveel punten iedereen scoorde en dat zou dan nog meetellen voor het eindcijfer van gymnastiek dat jaar. De jongens gingen natuurlijk allemaal gewichten heffen en bij het touwtjespringen waren vooral meisjes te vinden. Maar er waren gelukkig ook heel veel onderdelen waar iedereen aan meedeed, zoals ver-springen. Maar goed, een paar leraren (waaronder ikzelf) waren ingeschakeld om punten bij te houden, eten en drinken te verzorgen, die dingen. Ik kwam om een uur of twee bij mijn collega, die de totaal-score van iedereen bijhield. U moet weten dat we die dag al begonnen waren om tien uur en dat we om vier uur zouden stoppen. Mijn collega vertelde mij toen een beetje ongerust dat Imogeen en Laura nog maar bij één onderdeel aanwezig waren geweest. Dat betekende dat ze in twee uur tijd alle andere onderdelen zouden moeten afleggen. Ik heb de meisjes toen gezocht en moest direct denken aan wat er op Terschelling was voorgevallen. Ik heb een eind langs het meer gewandeld en trof de meisjes uiteindelijk aan in één van de omkleedhutjes. En ze waren niet alleen, nee, er waren twee mannen bij. Ik hoef u denk ik niet te vertellen wat daar gebeurde."
"Ik heb zo vaag een vermoeden. Maar waarom heeft u geen contact opgenomen met mij... en Marga van Opstal?"
"Moet u eens luisteren, Meneer Fedex. Wij leren onze leerlingen dingen over de wereld, over geschiedenis, over taal en biologie. Omdat het bekend is dat kinderen op die leeftijd aan het experimenteren slaan geven wij ze nog sexuele voorlichting bij de biologie-lessen in de tweede klas. Maar zedelijk gedrag, waarden, die wordt ú geacht bij te brengen aan uw kinderen. Ik vind het niet mijn taak om de opvoeder of de klikspaan uit te hangen."
"Maar u zou toch op zijn minst contact op kunnen nemen met de opvoeders? Dit vind ik toch wel erg vreemd."
"Het is m..."
"Als één van de leerlingen slechte cijfers haalt en u vermoedt dat er thuis iets niet in orde is, dan neemt u toch zeker wèl contact op met de ouders?"
"Ja maar... maar zowel Laura als uw dochter halen juist helemaal geen slechte cijfers. Ja, het zijn niet de allerbeste leerlingen, maar ze doen het lang niet slecht. En wat mij betreft is daarmee dan de kous af."
"Maar u wou er nu wel met mij over praten?"
"Ik heb medelijden met u, Meneer Fedex. U bent uw dochter kwijt, dat verandert de situatie. Bovendien heeft u contact met mij gezocht."
Quint stond op.
"Ik waardeer het zeer dat u zo openhartig heeft willen praten hier eh hierover."
"Mag ik u nog een advies geven?"
"Tuurlijk, graag zelfs."
"Dit is wel informeel, hoor. Ik heb horen zeggen dat uw dochter en Laura van Opstal heel vaak na school naar hetzelfde meer zijn gegaan. Daar waar we dus sportdag hadden. Maar echt, dat weet ik alleen maar van... hè? U begrijpt het wel. Dit is een kleine scholengemeenschap en een mens hoort wel eens wat, dus zodoende"

?

Door wie dit verhaal is geschreven?
Schrijver 1 & Schrijver 2


Volgende hoofdstuk