"Toch zien we ook hier weer, dat er met termen als onmogelijk en onbereikbaar op astronomisch terrein met omzichtigheid moet worden omgegaan, want nog geen 15 jaar na de stellige uitspraak van Comte stelde een ontdekking van Kirchhoff en Bunsen ons in staat, over die sterrenconstituties niet slechts iets, maar in zekere zin alles te vernemen wat we maar wensen."
- Dr.A.J.M.Wanders (De planeten en hun raadsels)
Beneden ringelde de bel. Imogeen had het ontbijt bijna klaar. Oh ja, het was zaterdag. Wat heerlijk, weekend. Quint liep naar zijn ochtendjas, maar het werd plotsklaps zwart voor zijn ogen. In zijn oren begon het te ruisen en voor hij er erg in had, bonkte hij met zijn hoofd op de grond. Met een pijnlijk hoofd daalde Quint even later de trap af, om oog in oog te komen te staan met zijn fantastisch mooie dochter en het al net zo verrukkelijk ogende ontbijt. Wat had ze er weer veel werk van gemaakt; croissants, tomaten, eieren, bieslook, kerststol en thee.
"Goeiemorgen", zei Imogeen alsof ze al uren wakker was. "Goeiemorgen", antwoordde Quint, die zijn stem voor het eerst gebruikte en dan ook wat minder helder klonk.
"Lekker geslapen?", vroeg Imogeen, hem strak in z’n ogen kijkend. "Och... wat zal ik zeggen?", zei Quint en liet het daarbij.
Imogeen schonk thee in en Quint keek naar haar truitje. Ze krijgt al heel mooie borsten, bedacht hij. Een vader mocht dat toch wel in de gaten houden?
"Maandag heb ik een proefwerk geschiedenis", zei Imogeen halverwege haar plak kerststol, "wil je me overhoren?"
"Natuurlijk schat, alleen weet ik geen klap van geschiedenis. De slag bij Nieuwpoort, was dat niet in 1600?"
"Je hoeft alleen maar dingen uit het boek te vragen! Het is wel belangrijk, want vorige keer had ik een drie voor geschiedenis en het telt mee voor het kerstrapport..."
"Een onvoldoende voor geschiedenis? Daar heb je mij helemaal niets over verteld! Het gaat toch allemaal wel goed op school?"
De bezorgde vader.
"Dat heb ik wèl verteld, alleen luisterde je weer niet. En natuurlijk gaat het goed op school. Geschiedenis is alleen zo saai. Wat kan het mij nou schelen wat er zoveel eeuwen geleden is gebeurd? Heb ik daar wat mee te maken?"
"Nou, daar moet je niet te lichtzinnig over doen. Alles wat we nu zijn is bepaald door wat er vóór ons is gebeurd. Als er geen tachtigjarige oorlog was geweest, had ik je moeder misschien nooit leren kennen. Je weet het niet."
"Ach, dat vind ik altijd zó’n onzin...", zei Imogeen op de voor haar gebruikelijke boze toon, "...natuurlijk was er wèl een tachtigjarige oorlog. Alles gebeurt maar één keer en precies zoals het moest gebeuren. Mama is dood, wij niet. Wij zijn er nog. Niets had dat kunnen veranderen. Ja, als ik vijf minuten later uit school was gekomen, waren we nooit door die vrachtwagen aangereden, maar zo ging het niet. Onzin."
Goed, ze praatten. Het gesprek was echter maar van korte duur, want Imogeen zei:
"Sorry. Ik weet dat je het goed bedoelde. Wil jij eerst douchen?"
"Nee nee, ga jij maar eerst."
Paf. Daar ging zijn geest weer. De douche. Imogeen. Naakt, haar lichaam nat en warm. Nee, dat was belachelijk.
"Ik ruim de boel wel op, ga jij maar douchen", zei hij.
Imogeen stormde de trap op en hij keek haar na. Ze was ook zo slank! Slanke mensen bewegen veel interessanter dan dikke mensen. Dikke mensen zijn altijd in gevecht met de zwaartekracht. Imogeen daarentegen vloog als een elfje omhoog, zich nauwelijks bewust van een zwaartekracht. Hij zou het maar niks vinden als ze te dik zou worden.
Quint zat in zijn ‘werkkamer’ aan het bureau naar buiten te staren. Kijk aan, de badkamerdeur ging eindelijk van het slot. Ze was minstens drie kwartier in de badkamer bezig geweest. Hij moest er om lachen. Hij had niet door dat ze inmiddels achter hem stond, gehuld in niets meer dan een handdoek. Het was echter wel een super-handdoek, zo één die mensen vaak meenemen naar het strand.
"Zo, belangrijke dingen aan het doen, zie ik", zei ze.
Hij schrok zó van haar aanwezigheid dat hij een pennenorgel van zijn bureau maaide. De pennen en potloden kletterden over de vloer. Hij keek haar aan en schaamde zich voor de situatie. Een papa, die alleen maar uit het raam zat te kijken, en nog onhandig was ook. Sufferd.
"Je hoeft niet zo te schrikken. Ik wou alleen maar even zeggen dat het water weer niet goed wegloopt."
Hij keek naar haar lichaam, wat zo spannend verborgen bleef onder die handdoek. Och was ik maar een aardbei, dacht Quint, jaloers kijkend naar het frisse patroon van aardbeien op haar handdoek. Haar haren waren nog nat, de huid ter hoogte van haar schouders was een beetje rood op bepaalde plaatsen.
"Ik zal er naar kijken", zei hij.
Kijkend naar haar, begreep hij dat zijn opmerking misschien wat vreemd klonk.
"Ik zal er direct naar gaan kijken", het werd er niet beter van, "we hebben nog wel ontstopper beneden".
Hij veerde op van zijn stoel.
‘s Middags overhoorde Quint zijn oogappeltje en dochter. Het proefwerk zou maandag gaan over de Franse Revolutie. Quint moest in stilte bekennen dat hij weinig saaiere onderwerpen kende dan de Franse Revolutie. Zelfs een discussie over het verwisselen van een rol toiletpapier was wat hem betreft van een hogere interessantheidsgraad dan het proefwerk in kwestie. Het geval wou echter dat Imogeen een zeer sterk geheugen bezat en dat zij de stof geheel meester was.
"Dus wat was de leus van de Franse Revolutie?", vroeg Quint.
"Vrijheid, gelijkheid en broederschap, big fucking deal...", zo antwoordde Imogeen.
De oplettende lezer zal zich deze leus niet als zodanig herinneren van de geschiedenislessen. Ook Quint was niet zo tevreden met de toevoeging van Imogeen.
"Waar heb je zo leren praten?", vroeg hij als een goed vader.
"Waar was jij de afgelopen tien jaar", was het enigszins cryptische antwoord van Imogeen.
Quint, die zich ervan bewust was dat het hier om een retorische vraag ging, liet zijn persoonlijke geschiedenis voor wat die was en stelde voor iets leuks te gaan doen met de zaterdagavond.
"We kunnen eindelijk eens naar het planetarium gaan", zei Imogeen, die een meer dan gemiddelde interesse voor astronomie had.
"Okidoki", zei Quint.
Imogeen had er een hekel aan als haar vader ‘Okidoki’ zei, maar had geleerd om haar soms erg vervelende opmerkingen in te slikken.
De telefoon ging. Quint en Imogeen keken elkaar aan. De telefoon ging nogmaals over.
"Laura", zei Imogeen en pakte de hoorn van de haak.
Het was Laura, de beste vriendin van Imogeen.
"Ik verbind je even door naar boven", zei Imogeen.
Ze had dan wel geen televisie op haar kamer, een extra telefoontoestel had ze wel. Imogeen en Laura hadden altijd geheimzinnige dingen te bespreken, dus daar was Quint wel aan gewend.
"Hou je het kort?", vroeg Quint, "Gaan we daarna direct ergens iets eten en naar het planetarium".
Imogeen mompelde iets terug, wat als een bevestiging klonk en stormde de trap op. Quint moest denken aan het boekje wat hij vrijdagmiddag op haar kamer had aangetroffen. De schrijver had het gehad over het verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen functioneren beduidend sneller als het om denken gaat, zo had de schrijver ergens beweerd. Bij het bladeren in "Wacht Maar Tot Mijn Boek Uitkomt" had Quint geconstateerd, dat de schrijver van het werkje precies onder woorden bracht, wat hij al jaren tijdens discussies met zijn dochter vermoed had, maar nooit goed had geformuleerd. Het was alsof de motorkap van de mensheid werd opgetild, waardoor zij een beter idee van de werking van het geheel kreeg. Niet meer verblind door opgepoetst chroom stond de mensheid opeens willens en wetens oog in oog met haar door olie besmeurde motor.
Al denkende over zijn eigen inwendige motors besloot Quint zijn dochter af te gaan luisteren. Hij sloop de trap op en drukte zijn oor tegen de deur van haar kamer.
"Shit, ik was het kreng al kwijt", zei Imogeen.
Een stilte van enkele seconden.
"Nee, was een cadeau van mijn moeder. Ik ga het vandaag nog halen. Kom ik daarna wel naar jou toe".
Quint vroeg zich af over welk verjaardagcadeau ze het in vredesnaam kon hebben.
"Laat. Ik denk zo rond een uur of tien. Ga met m’n pa naar het planetarium".
Verrek! Natuurlijk, het horloge! Ze had geen horloge aan! Dat had ze van Sarah gekregen.
"Pff, en wat dan nog? Jij hebt je stomme paarden".
Waar had ze het horloge dan laten liggen? Op school? De school was dicht op zaterdag. Alleen als ze een ruit in zou gooien zou ze...
"Ja maar ik ga nu weg. Je ziet me wel verschijnen. Doei!"
Hij snelde zo stil mogelijk zijn ‘werkkamer’ in. De deur van de kamer van Imogeen ging open.
"Zullen we dan maar eens gaan?", riep Quint semi-nonchalant van uit zijn ‘werkkamer’.
Imogeen kwam zijn kamer binnenlopen.
"Ik wist niet dat je hier was!", zei ze, alsof dat er iets toe zou doen.
"Zullen we gaan of moet je eerst nog een uur in de spiegel kijken?"
"Da’s flauw", antwoordde Imogeen, "Ik sta nooit een uur voor de spiegel en al helemaal niet als we naar het planetarium gaan. Daar is het pikkedonker..."
"Ja maar eerst gaan we ergens wat eten. Een idee?"
Imogeen schudde haar hoofdje.
"Italiaans dan maar?", stelde Quint voor. Het werd Italiaans.
Het planetarium kende voor een gemiddelde zaterdagavond opvallend veel bezoekers. Quint en zijn dochter konden nog maar net een goede zitplaats vinden.
Het licht ging uit en een oneindig lijkende hoeveelheid lichtpuntjes werd zichtbaar op het koepelvormige plafond. De spreker begon uit te leggen dat de aarde om haar as beweegt en dat het daardoor lijkt alsof de sterren om ons heen draaien. De lichtpuntjes begonnen te bewegen. Hier en daar werd een vallende ster gesimuleerd. De spreker legde uit dat het hier niet om echte vallende sterren ging, maar om kleine rotsblokken, die in de aardatmosfeer verbranden. Imogeen, die diverse boeken over astronomie in haar bezit had, hoorde op deze zaterdagavond weinig nieuws. Het was haar dan ook voornamelijk te doen om het visuele aspect van het planetarium, het aanschouwelijke. De theorie van sterrenkunde kon Imogeen maar gedeeltelijk boeien. Het waren die kraakheldere winternachten, die haar in verrukking konden brengen. Of de fantastische zomernachten, wanneer één laken teveel is om onder te slapen en de Melkweg de hemel siert. De eerste keer dat ze vol bewondering naar de hemel had gekeken was zo’n warme zomernacht geweest, toen ze samen met haar ouders op vakantie was. Ze was toen nog maar negen jaar oud, maar ze begreep op dat moment, dat ze oog in oog stond met de oneindigheid, met de onmogelijk onder woorden te brengen nietigheid van een mensenleven. Nu in het planetarium beleefde ze een klein stukje van de verrukkelijke intimiteit van het kijken naar sterren.
Quint had zijn arm om zijn dochter geslagen, die dat voor de gelegenheid niet had afgeweerd. Quint vroeg zich af of dit te maken had met het feit dat ze zich in een verduisterde ruimte bevonden. Een spiraalvormige nevel werd op het plafond geprojecteerd.
"De Andromeda-nevel", zei Imogeen.
"Sssst!!!", siste het weinig tolerant van achter hen.
"Stel je niet aan", antwoordde Imogeen.
Quint drukte zijn dochter zachtjes tegen zich aan.
"Mooi hè?", zei hij heel zachtjes.
"Behoorlijk goed nep", was het antwoord van zijn dochter.
Ze kon het altijd zo leuk brengen. Quint voelde weer dat nare zwarte gevoel in zich opkomen. Het was een duidelijke fysieke gewaarwording, gekoppeld aan het besef zo verschrikkelijk machteloos ten opzichte van de wereld te staan. Hij miste haar moeder, hij wist dat hij tekort schoot en dat dit zijn dochter voor altijd zou beïnvloeden. Goed, het kon altijd nog erger, dacht hij. Er zijn ook van die jongeren, die zich volstrekt nergens meer voor interesseren. Sterrenkunde, dat is tenminste nog een echte hobby.
De spreker begon een verkondiging over zwarte materie en de afmetingen van het Heelal. Imogeen keek haar vader een tijd lang in zijn ogen. Dit was mogelijk, omdat de indrukwekkende dia van de Paardekopnevel in het sterrenbeeld Orion op dat moment de gehele zaal van licht voorzag. Ze zag plots, hoe haar vader als een klein kind naast haar zat en het hardst van hun twee om een troostend woord verlegen zat.
"Fijn dat we nou eindelijk eens zijn gaan kijken!", zei ze tegen Quint, die dit als zoete koek slikte en begon te glimmen van plezier.
Om een blijvende indruk achter te laten bij de bezoekers werd tot slot de Trifid-nevel in het sterrenbeeld Boogschutter op het plafond geprojecteerd. Quint keek vol bewondering naar de veelheid aan kleuren en structuren. Hij had de astronomische interesse van zijn dochter altijd al weten te waarderen, maar nu hij ineens oog in oog stond met de tijdloze schoonheid van een gasnevel, voelde hij een diep ontzag. Dankzij de waarderende opmerking van Imogeen en de indrukwekkende kleurenpracht van de Trifid-nevel voelde Quint zich al weer een stuk beter. De lichten gingen weer aan.
Weer thuis vertelde Imogeen dat ze bij Laura wou gaan slapen.
"Ik moet haar met wiskunde helpen", zei ze.
Quint moest denken aan het telefoontje dat hij had afgeluisterd. Zou hij haar moeten volgen? Nee, als een goed vader zou hij haar naar het huis van Laura brengen! Briljant.
"Niet te laat gaan slapen", zei Quint, "en morgen ‘s middags thuiskomen hè? Ik reken op je met het eten en de moeder van Laura heeft vast níet op je gerekend toen ze vanmorgen boodschappen deed..."
"Marga kookt altijd veel teveel", zei Imogeen geruststellend, "maar ik zal morgen ‘s middags thuiskomen. Maak je maar geen zorgen. Ga maar snel terug, Polizei zal je wel missen!"
Ze gaf hem een kus, stapte uit de auto en bleef op de stoep voor het huis van Laura wachten tot hij wegreed. Ze zwaaiden naar elkaar. In het spiegeltje zag Quint dat zijn dochter naar de voordeur van het huis van Laura liep. Hij moest glimlachen. Zijn dochter, een mooie jonge meid en nog goed in wiskunde ook. Het interesseerde haar niet echt, ze had het er nooit over, maar mathematische vraagstukken waren voor haar vanzelfsprekend. Hij was een trotse vader.
Quint zat met een glas frisdank op de bank. Polizei lag te slapen op zijn schoot en Quint las in "Wacht Maar Tot Mijn Boek Uitkomt". In één van de onderdelen van het boek, een lang verhaal, beschreef de schrijver hoe de hoofdpersoon op bezoek is bij een prostituee. Quint moest bekennen dat hij dit ook wel eens had overwogen. Twee jaar was het al geleden, en hij was ondanks alles ook maar een man. Ergens zou het als verraad tegenover Imogeen voelen. Hij kon dan wel naar een surrogaat-mama gaan voor zijn behoeften, maar hij kon niet een vrouw betalen om even een half uurtje als moeder op te treden voor zijn dochter. Hij was al zoveel van huis. Nou ja, hij kon natuurlijk altijd gaan als zij er niet was. Zoals vanavond...
Hij las verder en vroeg zich af of de schrijver in het echt naar een prostituee was geweest om daar gedetailleerd over te kunnen schrijven. Moest een schrijver over ervaring beschikken om ergens over te kunnen schrijven? Nee natuurlijk niet. De rest van het boek bewees toch immers ook dat de schrijver een grote fantasie had. Bepaalde dingen kónden niet autobiografisch zijn. Deze schrijver was gewoon goed! Toen Quint op het voortgezet onderwijs zat en voor zijn mondeling examen kennis maakte met de literatuur, was hij ook wel eens verbaasd geweest als een schrijver zo gedetailleerd een verzonnen verhaal neer kon zetten. Het verhaal in "Wacht Maar Tot Mijn Boek Uitkomt" was van een verontrustende gedetailleerdheid. Misschien was de schrijver toch wel echt bij een hoer binnengelopen. Uit de tekst kon je het nu eenmaal niet opmaken. Quint raakte er van in de war en legde het boek terzijde. Een tijdje keek hij naar de kaft, besloot het boek toch maar weer open te slaan, toen opeens de telefoon ging. Het was, voor de tweede keer die dag, Laura, de vriendin van zijn dochter.
"Mag ik Iem even?", vroeg Laura met haar piepstem.
Quint wist niet wat hij moest zeggen. Hij keek naar de klok, die vlak naast hem aan de muur hing. Het was inmiddels half twaalf, hij had zijn dochter bijna twee uur geleden naar Laura gebracht en nu vroeg diezelfde Laura om haar.
"Ze eh... ze is toch bij jou?", stamelde Quint.
"Ja, ze zou hier om ongeveer tien uur zijn.", piepte Laura.
"Ik ik... ik heb haar zelf afgezet, bij jullie voor de deur... Is ze helemaal niet binnen geweest dan?"
"Nee, nee".
Laura legde de hoorn van de telefoon neer en riep om haar moeder.
Marga, de moeder van Laura, had Imogeen ook nog niet gezien. Ze zou wel even buiten gaan kijken. De verbinding werd verbroken en de moeder van Laura zou snel terugbellen.
Quint zakte op de bank in elkaar met het angstige vermoeden dat hij zijn dochter nooit meer terug zou zien. Maar hij had haar voor de deur afgezet. Ja, goed, hij had haar niet naar binnen zien gaan, maar toch. Natuurlijk zou hij haar terugzien! Dat ‘jezelf bangmaken’, daar moest hij ook eens vanaf. Ze is zelfstandig genoeg. Ze was ergens naartoe gegaan en ze zou zo wel bij Laura en haar moeder aanbellen. Moed houden.
De telefoon ging weer.
"Nee Quint", zei de moeder van Laura, die Quint zolang ze elkaar kenden al bij de voornaam noemde, "Ze zal zo wel aanbellen dan. Ik ben er wel ongerust op hoor. Als ze nou bij jou terugkomt, bel ons dan even. Ik kan toch niet meer slapen..."
Hij stelde haar gerust. Ze zouden elkaar de hele nacht nog kunnen bellen als Imogeen weer terug was. Dit mocht nooit meer voorkomen. Hij kon er niet omheen. Hij zou heel erg boos op haar moeten worden.