Quint had een bijzonder onrustige nacht. Tijdens de schamele uurtjes die hij slapend doorbracht droomde hij over allerlei vreselijke dingen, die met Imogeen gebeurd zouden kunnen zijn. Dan schrok hij wakker, badend in het zweet en wist niet wat hij moest doen. Om een uur of vier belde hij nogmaals met de moeder van Laura, die zich het geval zeer aantrok. Ook zíj had een slechte nacht. Van Imogeen was geen spoor. Niets. En dat was nou juist wat Quint tot wanhoop dreef. Ze kon overal zijn, maar ze zou weten dat iedereen zich ongerust maakte. Imogeen was niet keihard of nalatig. Ze zou bellen als er iets was. De enige logische conclusie was dat ze zó in de penarie zat dat het voor haar niet mogelijk was te bellen. Dus gevangen genomen of... Nee, hij wou het niet denken. Ze was beslist niet dood - dat zou hij gevoeld hebben. Ze moesten nog zoveel samen doen! Hij zou niet kwaad worden, hij zou haar met open armen ontvangen. Hoe had hij ooit kunnen denken dat hij kwaad op haar moest worden? Het was vast niet haar schuld. Vanaf een uur of zes in de morgen liep Quint door het huis. Nu en dan stroomden tranen over zijn wangen en huilde hij haar naam. Soms ging hij op de trap liggen en sloeg met beide handen op de traptreden tot hij zich pijn deed. Waar was ze???
Zondagochtend. Ze ontbeten meestal samen om een uur of tien. Hij kon nu echter geen hap eten. Quint had altijd al het land gehad aan zondagen; De winkels dicht, stil op straat, alsof iedereen aan het treuren was. Nu was het ook nog een druilerige natte decemberzondag. Ze zou kou kunnen vatten, longontsteking kunnen krijgen. Quint kon niet meer rustig over de dingen nadenken. Alles rolde door elkaar heen in zijn hoofd, en hij voelde zich misselijk.
De moeder van Laura belde weer. Om één of andere reden was hij blij haar stem te horen.
"Hoi", zei zei, "Zullen we de politie maar eens inschakelen? Dit heeft toch lang genoeg geduurd, vind je niet Quint?"
"Ja", zei hij, "Dat was ik al van plan. Heeft Laura niet een idee ofzo, over waar Iem naartoe kan zijn? Wat zegt zíj?"
"Ik heb al met Laura gepraat. Ze is helemaal van de kaart. Volgens mij wil ze iets niet zeggen. Ik heb zo het idee dat de meisjes een geheim hebben. Wil jij soms eens met haar praten?"
Dat vond Quint wel een goed idee. Hij kon niet met de handen in elkaar gevouwen gaan zitten afwachten, daar was hij het mens niet voor. Na een tijdje kwam Laura aan de telefoon.
"Hallo", zei ze met de haar zo kenmerkende piepstem.
"Hoi. Ja. Zeg, als er iets ergs is, iets wat je aan niemand wilt vertellen, zou je het dan niet nu willen zeggen? Ik maak me zorgen om mijn dochter."
"Ze zou hier komen, meer niet. Voor wiskunde..."
Het huilen stond Laura nader dan het lachen. Alhoewel, het was moeilijk te zeggen, want Laura had altijd een beetje een verdrietig klinkende stem.
"Echt?", vroeg Quint, zich bewust van de onzinnigheid van deze vraag.
"Ja echt".
Laura begon te huilen. Geritsel aan de andere kant van de lijn. Haar moeder kwam weer aan de lijn.
"Zie je wat ik bedoel?", zei ze, "Bel maar gauw met de politie. Zodra ik iets hoor laat ik het je weten. Sterkte hè?"
"Ja dankjewel. Jij ook, Marga."
"Hé, kop op!", zei de moeder van Laura, "Ze komt wel weer terug. Het is een fijne pientere meid, heb ik altijd gevonden. Maak je nou maar niet teveel zorgen, Quint. Ik spreek je gauw!"
"Ja dankjewel", herhaalde hij en hing op.
Het gesprek met ‘de politie’ in de vorm van Hoofdofficier Grillée was een grote tegenvaller. Quint kreeg te horen dat meisjes van die leeftijd soms rare dingen doen. Pas als ze 48 uur vermist was kon hij aangifte doen. Nee, daar werden geen uitzonderingen op gemaakt. Meaude Grillée was voor zijn doen in een bijzonder slechte stemming, omdat de afgelopen dag niets had opgeleverd met betrekking tot de bankoverval. Dit was waarschijnlijk het meest onbevredigende dienst-weekend dat Grillée ooit had mogen meemaken. Belde er ook nog zo’n... burger, die z’n puber-dochter kwijt was. Aaah! Ja, en hij begreep dat dit een speciaal geval was en dat ze anders nooit zoiets zou doen. Wacht u nou maar rustig af, meneer.
En dat was nou precies wat Quint niet ging doen. Ze had een dagboek! Als Laura niets wou zeggen, dan was hij gerechtigd het dagboek van zijn dochter open te breken. Hij zou het aan haar kunnen uitleggen, ze zou het begrijpen. Quint liet er geen gras over groeien en denderde de trap op naar de kamer van Imogeen. Toen hij de deur opendeed rook hij de lekkere geur van haar kamer. Limara morning sunrise, de deo die Iem gebruikte, wist hij. Hij bleef op de drempel staan en keek de kamer rond. Hij had gehoopt dat ze zoals bijna elke zondag rond deze tijd gewoon op haar kamer zou zijn geweest. Aan ’t bellen met Laura, tekenen, sterrenkunde-boeken doorbladeren. Maar ze was er niet. Ze was er zo ontzettend niet, dit had hij nog nooit meegemaakt. Sinds de dood van Sarah had Quint nooit ergens zo helemaal alleen voorgestaan. Hij had een gedeelte van de moederrol op zich genomen, maar Imogeen had ook dingen gedaan. Samen hadden ze de problemen opgelost, ze kookten om beurten. Imogeen! Quint stapte op haar bed af, plofte neer en brak het dagboek open. Het slot was zwakker dan hij had gedacht. Opgewonden sloeg hij het dagboek open op de eerste bladzijde. Hier zou hij iets vinden, hij voelde het. Ze had het dagboek drie jaar geleden op Sinterklaas gekregen. De eerste bladzijde had ze op de dag na Sinterklaas geschreven. En daar had ze het bij gelaten. Wat een tegenvaller. Hij had het ook wel kunnen weten. Imogeen was niet het meisje om iedere dag op te schrijven wat er gebeurd was. Ze was altijd bezig met veel grotere problemen. Mistroostig las Quint de drie jaar oude bladzijde in het dagboek.
Lief dagboek,
Gisteren heb ik je op Sinterklaas gekregen. Volgens mij was het mama haar idee. Papa zou mij nooit een dagboek geven. Of misschien heb ik je wel van Oma gekregen. Er zat namelijk geen versje bij. Behalve een dagboek heb ik nog veel meer gekregen, teveel om op te noemen. Het mooiste cadeau heb ik zoals altijd van papa en mama samen gekregen. Het is een soort tekendoos, waarmee je hele mooie spiralen kunt tekenen met allemaal tandwielen. Ik zal een mooie spiraal voor je maken, dagboek. Overigens vind ik het stom om altijd ‘Lief dagboek’ op elke bladzijde te zetten. Dat iedereen dat doet, betekent nog niet dat ik het ook ga doen. Ik zal je Laura noemen, want dat is mijn beste vriendin. Vanaf nu heet je Laura, Laura! Ik hoor dat mama tomatensoep met balletjes gaat maken, dus ik stop zo met schrijven hoor. Laura en ik zijn hele goede vriendinnen. We hebben een geheime club, en alleen wij weten van het bestaan af. We zullen sterrenkundige dingen onderzoeken en ook ontdekken wat het is om op te groeien in deze wereld. Laura heeft al een vriendje en ik niet. Maar ja, het is toch een stomme jongen en Laura vind hem helemaal niet echt zo leuk, geloof ik. Ik wil ook wel een vriendje, maar dan één die er ook heel mooi uitziet en die dezelfde dingen interessant vindt als ik. Het vriendje van Laura is volgens mij de domste jongen bij ons in de klas. Ik vind Peter wel leuk, maar ze zeggen allemaal dat hij al een hele oude vriendin heeft. Oh, nu hoor ik de etensbel! Lekker, soep van mama. Nou, tot gauw Laura. Liefs, xxxxx,
Imogeen.
Quint droomde terug naar de bewuste Sinterklaasavond. Het was de laatste keer dat hij Sinterklaas had gevierd. Een jaar later was Sarah net overleden en had Imogeen in het ziekenhuis gelegen. Vorig jaar wou Imogeen geen Sinterklaas vieren en dit jaar hadden ze er allebei geen zin meer in. Het wegvallen van een moeder zet beslist een domper op de feestvreugde. Wat had het voor zin Sinterklaas te gaan vieren, als Imogeen en hij alleen maar aan haar terug zouden denken? Met oud & nieuw, toen Sarah net was overleden, had hij Imogeen in zijn armen genomen en hadden ze samen gehuild, heel lang. Daarna hadden ze één vuurpijl afgestoken voor mama. Quint had de grootste en duurste vuurpijl die hij kon vinden gekocht, en ze hadden hem samen met een lange lucifer aangestoken. Het was een mooie kleurige knal geweest, en daarna had Iem weer gehuild. Sarah bakte altijd oliebollen, en vorig jaar had hij een paar oliebollen bij de bakker gehaald. Ze hadden samen op de bank gezeten en hadden geenéén oliebol opgegeten. En ze was in slaap gevallen, met haar hoofdje bij hem op schoot. Quint had er alles voor over om haar hoofdje weer te mogen voelen. Alles. Hij had zich nooit beseft dat Imogeen alles voor hem was. Hij voelde zich zelfs lichamelijk tot haar aangetrokken. Quint bedacht opeens dat hij het blauwe boekje de vorige avond van haar kamer had gehaald. Het had op het dagboek gelegen. Als dat boekje nou het laatste was geweest, waarin ze had gelezen, dan stond er misschien een aanwijzing in. Iets, waaruit hij kon concluderen waarom ze niet direct bij Laura had aangebeld. Hij was bereid zich vast te klampen aan elke aanwijzing, hoe vaag ook.
Beneden miauwde Polizei. Quint keek op zijn horloge.
"Oh Polizei!", riep hij uit, "Ben ik je helemaal vergeten!"
Praten tegen de kat, dat voelde altijd wel in orde. Bovendien was Polizei een kat, die soms reageerde op wat de mensen zeiden. Quint liep de trap af op weg naar de keuken. Polizei zat beneden op ‘het baasje’ te wachten en keek verontwaardigd naar Quint. En opeens drong het tot Quint door. Wat stom dat hij daar niet eerder aan had gedacht! Hij was vergeten om Polizei eten te geven... hij had niet op de tijd gelet... de tijd! Imogeen had geen horloge aan gehad... dáár had ze met Laura over gesproken!!! Hij keerde een blikje kattenvoer om in een bakje en liep met grote stappen naar de telefoon.
"Nee, dat was een cadeau van mijn moeder. Ik ga het vandaag nog halen. Kom ik daarna wel naar jou toe".
De woorden van Imogeen galmden door zijn hoofd. Laura móest weten waar Iem naar toe was gegaan. Hij pakte de telefoon.
"Hoi met mij. Ik herinner me opeens iets. Zou ik Laura even mogen spreken?"
De moeder van Laura, Marga, was een moment stil.
"Quint, ze is op zoek naar Imogeen. Ze zei dat ze in de buurt ging kijken... of..."
"Kun jij je iets herinneren van het telefoongesprek dat Laura met Iem had? Gisteren?"
"O, nee sorry. Ik geloof dat ik toen in de keuken stond. Nee, ik weet alleen dat Laura zei dat ze Iem zou bellen voor wiskunde..."
"Mmm", mompelde Quint, "Laat Laura dan direct even bellen als ze thuiskomt. Ik weet zeker dat het belangrijk is."
"Weet je wat? Kom bij ons een hapje eten. Misschien vindt Laura Iem wel, dan komt alles weer goed. Gezellig..."
Als het toch zo mooi zou kunnen zijn, dacht Quint. Niets was echter ooit ‘zo mooi’.
De moeder van Laura ging verder:
"Ik reken op je. Je kunt toch niet in je eentje zitten wachten?"
"Nee. Okay, je ziet me over een half uurtje... Marga, tot straks."
"Tot straks, Quint."
Dit was goed. Hij kon wel wat gezelschap gebruiken.
Voor de tweede keer dat weekend stopte Quint met de auto bij het huis, waar Marga en Laura woonden. Toen Laura nog maar een jaar of vier was, had Marga op een goede dag haar spullen gepakt en was ze met Laura weggegaan van haar man. Die had Laura en haar te vaak geslagen. Laura had maar weinig herinneringen aan haar vader. Als ze er naar vroeg, zei Marga:
"Je vader is het niet waard dat we het over hem hebben, Laura."
Quint belde aan. Marga deed open.
"Och arme!", zei ze en nam Quint in haar armen.
Dit alles overweldigde Quint een beetje, maar hij merkte hoezeer hij de zachte druk van een omhelzing gemist had. Marga wreef hem zachtjes over de rug.
"Laura heb ik nog niet gezien. Maar ze zal zo wel thuiskomen voor het eten."
Hij liep achter haar aan naar de woonkamer. Marga had het huis bijzonder gezellig ingericht, zo moest hij in stilte toegeven. Ook rook het er aangenaam, maar het was onmogelijk voor hem om de geur thuis te brengen. De gordijnen waren lichtgroen, de vloer was bijna wit en dus erg kwetsbaar voor vuil, maar er was geen vlekje te bekennen. Op de lage glazen tafel, die op een fraai tapijtje stond, zette Marga twee glazen neer.
"Sherry?", vroeg ze, "of heb je liever wat anders."
"Nee lekker", zei Quint.
Van Imogeen mocht hij niet drinken. Zij vond het onzinnig en net als Sarah had gedaan, verpestte ze elke ‘borrel’ die hij voor zichzelf inschonk met een waterval van commentaar. Al snel had dit Quint geconditioneerd tot een cola-drinker. Daarover was Imogeen in het begin ook niet erg te spreken geweest, maar om één of andere reden deed ze er het zwijgen toe. Beter dan alcohol, zoiets zou ze gedacht moeten hebben. Jezus, dacht Quint, ik doe alsof ze er niet meer is!
"Ja het is wat met die jonge meiden", zei Marga om de stilte te doorbreken.
Hij nipte aan zijn sherry. Viel het wel onder die categorie? Wat-met-die-jonge-meiden... Nee, Imogeen was een verantwoordelijk meisje. Er was iets voorgevallen, wat buiten haar toedoen haar plannen had doorkruist. Hij kon zich wel voorstellen dat ze nu en dan dingen achter zijn rug om deed, kleine geheimen had enzo, maar ze zou altijd weer terugvallen in de rol van Imogeen, dochter en huismus. This was just not like her, dacht Quint, die het amerikaans vaak zoveel sterker vond voor krachtige uitdrukkingen.
Marga vertelde wat anekdotes over Laura, over veel te oude vriendjes, die ze de deur uit had gegooid. Over de ruzies tussen moeder en dochter. Lange tijd was Laura heel erg onhandelbaar geweest, zo vertelde Marga, maar de laatste maanden viel het wel mee. Haar vriendschap met Imogeen had daar in positieve zin aan bijgedragen.
"Je hebt een pientere dochter, Quint. Die is niet voor één gat te vangen."
De rotsvaste zekerheid van Marga werkte weinig aanstekelijk op Quint. Kwam Laura maar thuis, dacht hij, die zou helderheid in de zaak kunnen brengen.
Alsof de duivel ermee speelde kwam Laura op dat moment aanrijden.
"Oh daar zul je d’r hebben", zei Marga en stond op.
De keukendeur ging open en Quint hoorde wat gemompel tussen moeder en dochter. Hij kon niet verstaan waar over gepraat werd. Als Imogeen bij Laura was geweest, had hij haar al wel gezien. Jammer, ergens had hij een stille hoop gekoesterd dat Laura doodleuk met Imogeen terug zou komen.
"Hallo", zei Laura toen ze de kamer binnenkwam.
"Hoi", zei Quint en keek haar even aan.
"Ik ga nog even wat in de keuken doen voor ’t eten, dan kunnen jullie even praten, goed? En schenk Quint nog wat in als ’ie droog staat, wil je schat?"
"Goed."
Laura plofte neer in een stoel. Het werd stil. Quint en Laura hadden allebei geen idee hoe ze een gesprek moesten beginnen. Quint vroeg zich af of hij eigenlijk ooit één woord met haar had gewisseld. Altijd als zij op bezoek kwam, nam Imogeen haar mee naar boven of ‘gingen ze weg’. En voor zover hij het zich kon herinneren was Imogeen meer bij Laura dan andersom.
Laura verbrak de stilte:
"Nou ik heb overal gezocht, maar ik kon ’r echt nergens vinden."
"Oh zeg", zei Quint, "Gisteren zei Imogeen iets over een horloge. Heeft ze het daar nog met jou over gehad?"
Laura keek hem argwanend aan. Imogeen zou het nooit met haar vader hebben gehad over het horloge, dat wist ze zeker.
"Horloge? Nee. Wat was daar dan mee?"
"Volgens mij was ze het kwijt en ging ze het ergens zoeken. Als ik maar weet wáár ze het is gaan zoeken, dan kan ik tenminste ergens beginnen. Op ’t moment weet ik helemaal niets. Als je iets, IETS weet, zeg het dan alsjeblieft."
"Pff, nou, shit nee, ik weet echt niet... ik heb wel haar laatste brief, daarin heeft ze het bijna alleen maar over jou, maar.."
"Wat? Een brief van Iem? Over mij? Mag ik hem van je lezen?"
"Nou.. éigenlijk niet, maar.. een stukje, oké, als je maar niet zegt dat ik het heb laten lezen of zo!"
Laura haalde de brief uit een zak van haar spijkerjasje en gaf een handgeschreven vel aan Quint, die geen idee had wat hem te wachten stond. Hij voelde zich er schuldig bij, maar vond dat hij, na haar dagboek opengebroken te hebben, dit ook wel kon maken. Bovendien kon het hem misschien verder helpen. Quint las ongeduldig:
Nee Lau, ik weet niet wat het met hem is, maar hij doet zo zielig dingen achter mijn rug om. Zo is het met alles bij hem de laatste tijd. Ik moet het echt allemaal zo ontzettend uit hem trékken, hij zegt of doet haast niks meer uit zichzelf. Of het zijn steeds dezelfde voorspelbare makkelijke slappe dingen weetjewel; Koken, afwassen, de computer, dat wat hij kent enzo. Dan denkt hij wel weer vereffent te hebben wat hij niet goed of niet genoeg gedaan dacht te hebben of zo. Het moet allemaal vaak zo volgens van die schema’s en regels, zo van: Doe jij dit, doe ik dat, doe jij niks, doe ik ook niks. Hij lijkt ook niet meer uit op verbetering of vooruitgang, daar kan ik echt niet bij, want hij loopt hier heus nog wel een poosje rond. En dan durft hij nergens echt verantwoordelijk voor te zijn. Het is allemaal zo afschuwelijk laf, hij durft er nooit voor te staan, voor wat hij doet. Met z’n stapel vaste zelfkritiek maakt hij het voor mij onmogelijk om nog èchte kritiek te leveren. Hij verwacht die dan ook niet eens meer te krijgen en er niet naar te hoeven luisteren als ik kritiek heb, of dat ik niet serieus genomen hoef te worden. Of hij doet dan weer zo vreselijk lichtgeraakt. Als je één iets tegen hem gebruikt trekt hij zo’n bek waarbij hij zijn lippen zo semi-wijs vooruit duwt en zijn tanden op elkaar klemt. En dan heeft hij weer een tijd zo’n air over zich heen van: ‘Ik zeg er niks meer over, I’m the wiseman’. Wat het juist erger maakt. Hij zegt niet wat hij ècht denkt. Hij houdt het nodeloos voor zichzelf. Al heel lang probeer ik hem uit te leggen dat het geheim zit in meer openheid, dan haal ik bijvoorbeeld Words aan (dat was toch jouw favoriete plaat van Madanoa?) en zing ik daar voor de lol wat regels uit, als hintjes, maar dan kruipt hij terug in die laffe conventionele schuilplaats waarin hij denkt dat hem niks overkomt, waarbij hij zichzelf wijs lijkt te maken dat hij gedaan heeft wat hij kon. Kennelijk vindt hij het leuk of lekker om door mij uitgescholden te worden of zo, want dat is wat hij telkens weer bereikt! Het heeft nu een punt bereikt dat hij mij in mijn vrijheid belemmert, want als hij weg gaat is het nooit eens van: ‘Hé schat, ik ga dus om zo en zo laat naar die daar toe want zus of zo moet dit of dat.’ Als het al verteld wordt is het in zo kort mogelijke vorm en nooit vaker dan één keer hetzelfde ook. Alsof hij het zichzelf verboden heeft om teveel te praten. Maar in plaats van dat hij dan zegt: ‘Ik wil nog wèl een beetje een voor jou verborgen bestaan kunnen leiden’, wat ik nog zou accepteren, zegt hij dan dingen als: ‘Wat kan jou dit of dat nou schelen?’ Alles wordt zo’n negatieve defensieve sleur bij hem, ik word er echt niet goed van. Hij doet zijn leven niets anders dan vluchten, hij onderneemt zo goed als niets zonder mijn permissie, da’s toch belachelijk voor een vader? En nooit geeft hij zijn mening, want die heeft ’ie zogenaamd niet. Tot puntje bij paaltje komt, want dan had hij al die tijd duidelijk wèl een mening, precies als elk ander mens, en een smaak. Pff, en ik dacht dat wij moeilijk waren Lau! Maar als er dan iets niet gaat zoals hij het had gehoopt, dan is er niet meer met hem te praten. Het enige wat ik kan doen is doorvragen, en dan weet hij zogenaamd geen antwoord. Dan blijft hij doodstil, staat hij op of gaat kinderlijk vroeg slapen. Da’s ook zo irritant aan hem geworden, dat slaapkopperige gedrag. Toen Sarah er nog was ging dat wel anders, maar nu slaapt ’ie nog liever dan dat hij eens iets beleeft geloof ik! Zwijgend trekt hij zijn slaapkamerdeur dicht, terwijl we nog lang niet uitgepraat zijn. Ik los problemen op, hij maakt er liever moordkuilen van. Of dan denkt hij dat hij een soort god is door te vinden dat het geen zin heeft om met mij nog langer door te praten over iets, of dat ik ‘weer zo’n bui’ heb. Alles moet zak en strakelijk. Nergens ruimte of tijd in zijn kop. Hij zegt het één, doet het tegendeel en straalt dus vaak een gespannen onduidelijkheid uit. En het allerergste is dat hij doet alsof hij niet kàn veranderen, terwijl ik hem al merkbaar beter heb gekregen. Maar dat zal hij altijd ontkennen bij anderen, of juist weer zo overdreven brengen dat hij zichzelf weer vrijwaart, zoiets als: Zij is jonger en vrouw, dus meer, beter en ze is veel slimmer dan ik. Zodat hij weer laf aan waarheden ontsnapt en we weer terug zijn bij af. Je moet het allemaal maar uitzoeken, dat is zijn motto geloof ik. Dat andere mensen hem belazeren vertaalt hij ook al naar mij toe. Hij stelt zich ook zo aan dan. Alsof hij niet allang wist hoe schofterig mensen soms zijn. Ik verander er niet eens door, maar hij verbittert met de dag. Omdat hij zichzelf vertelt dat hij nooit kàn veranderen, doet hij bij voorbaat ook geen poging. Hij voelt zich nog liever zijn leven lang een soort ongewenst mens dan dat hij zich gewenst zal maken, lijkt wel. Hij geeft om niets alles op, geen vuur of enthousiasme meer te vinden. Dus moet ik afstand houden, al is het alleen al om zelf nog wèl enthousiast te kunnen zijn over dingen. Shit Lau, ik hoop dat ik niet ook zo word!"
Quint was stomverbaasd over deze kritische scherpzinnige toon van zijn kleine Imogeen. Hij kon het bijna niet geloven, maar hij moest nu ècht bekennen dat hij haar niet half zo goed kende als hij dacht. En toch ook weer wèl, want het waren precies de dingen die Sarah tegen hem had gezegd als ze ongesteld was.
"Maar.. wat was hier de aanleiding van, waar is ’t eerste deel van de brief??" vroeg Quint aan een zich wat generende weggedoken Laura.
"Eh.. ja nee, dat is geheim hoor, zwaar privé.. wij vertellen elkaar altijd alles en ik heb beloofd.."
"Okay, dat is me duidelijk, maar wáárom was ze zo kwaad, denk je?"
"Ik weet niet, dat stond er echt niet in, ze had zo van die buien soms.."
"Ja, ik weet er alles van.." reageerde Quint met een wat ongemakkelijke toon in zijn stem, want kon hij dat nu wel zeggen?
"Maar zeg Laura, luister," hij pauzeerde even om een brok in zijn keel weg te slikken, "ik hoorde jullie telefoongesprek. Iem zei iets over een cadeau van haar moeder, dat ze het direct ging halen en daarna naar jou toe zou komen. Kijk, ik weet alleen maar dat ik haar bij jullie voor de deur heb afgezet. Voor de deur! En ze is nooit aangekomen. Waar is ze dan naar het cadeau van haar moeder gaan zoeken?"
Tot zijn grote verbazing zag Quint dat Laura tranen in haar ogen had gekregen. Was hij in zijn toon te kwaad tegen haar geworden?
"Ik weet het niet", piepte Laura, "Echt niet."
Quint leegde in één keer zijn sherry-glas. Wat een ellende. Moest hij dit arme meisje nou gaan zitten uithoren? Waarschijnlijk wist ze echt niets. Imogeen had van tijd tot tijd allerlei geheimzinnige solo-projecten. Zo had ze op vakantie Sarah en hem een keer doodsangsten uit laten staan. Quint dagdroomde weg, terug naar een paar jaar geleden...
"Ooh schat", zei Sarah, "Het is zo fijn om er eens tussenuit te zijn! Het is hier heerlijk."
Quint en Sarah liepen gearmd over het strand. Ze waren dit jaar voor het eerst naar Frankrijk gegaan. Tijdens de vakanties in voorgaande jaren waren ze in het eigen land gebleven, maar het weer was onophoudelijk zó teleurstellend geweest dat ze dit jaar eieren voor hun geld hadden gekozen.
"Zou Iem het ook een beetje naar haar zin hebben? Ik hoor haar zo weinig."
"Ach als ons meisje niets zegt is ze juist met van alles bezig in haar koppie", antwoordde Sarah, "Als ze ’t niet leuk vindt, horen we ’t wel van ’r."
"Je hebt gelijk"
Ze liepen verder, met de wind in hun haren. De zon was net ondergegaan en nu stond de hemel in een meerkleurige gloed die slechts met moeite en bij benadering in woorden gevangen kon worden. Quint waagde zich er toch aan:
"Iem zou die prachtige zonsondergang moeten zien. En de hemel is zo helder. Kijk! Daar staat al een ster!"
Sarah keek naar de ster en naar haar echtgenoot. Toen hij vanmiddag met Imogeen een vlieger had opgelaten, had ze hem zo schattig jongensachtig gevonden. Ze was weer net zo verliefd als de dag dat ze hem had ontmoet. Toen de vlieger honderd meter in de lucht was, was Iem hollend naar de tenten gekomen.
"Snel mama, we moeten nog een rol touw halen bij de camping-winkel! Kan de vlieger nóg hoger!"
Samen hadden ze een rolletje vliegertouw gehaald, en de vlieger was tweehonderd meter hoog gekomen.
"Gek jôh", zei Quint, die de vlieger vasthield, "Eerst trok de vlieger heel erg, maar nu hoef je hem nauwelijks vast te houden."
En nu liepen ze samen door de avond. Het was allemaal zo paradijselijk dat ze helemaal vergat dat het leven thuis soms best hard voor hun was.
"Zullen we maar weer eens teruggaan?", vroeg Quint.
"Goed, Iem zit maar alleen in haar tentje."
Maar Imogeen bleek niet in haar tentje te zitten. Op de hele camping was geen spoor van haar. Niemand had haar zien weggaan. Oh ja, zo vertelden de buren, er was vanavond een busje met jongeren langsgekomen. U weet wel, van die opgeschoten jongelui met lang haar. Van die mensen die allemaal rare dingen roken. Quint en Sarah hadden de ergste vermoedens. Iem was toch zeker slim genoeg om niet zomaar met vreemde lui mee te gaan? Quint had Sarah gerust moeten stellen. Haar heerlijke dromerige vakantie was binnen één uur veranderd in een nachtmerrie. Ze had de grootste moeilijkheden kalm te blijven, hoe hij haar ook probeerde te bedaren. Uiteindelijk had ze een paar Hoffmann-druppels genomen. En Imogeen? Die kwam doodleuk om een uur of één ‘s nachts thuis. Die jongeren waren amateur-astronomen geweest, en ze was meegeweest naar een star-party. Helemaal geen drugs-gebruikers! Hoe kwamen ze dáár nou bij? Ze hadden alleen maar oplos-koffie gedronken en waren heel vriendelijk en aardig. Het speet haar dat ze hun niets had verteld. "Maar jullie waren ook weg!", had ze toen geheel terecht gezegd. En er was geen tijd te verliezen geweest, want het busje vertrok al. Ze had nog overwogen een briefje achter te laten, maar er werd al geroepen:
"Depêche toi! Depêche toi!"
Ze had het vreselijk naar haar zin gehad. Eén van de jongens had een zestien inch Schmidt-Cassegrain telescoop bij zich gehad, en daarmee hadden ze onder andere gekeken naar de Noord-Amerika-nevel in het sterrenbeeld de Zwaan. Het was één van de mooiste dingen die ze ooit had gezien.
Enigszins versuft door de Hoffmann-druppels had Sarah haar dochter in haar armen genomen en gezegd:
"Doe ons dit alsjeblieft nooit weer aan..."
En nu was ze alwéér weg. Te lang. Quint herinnerde zich nog, hoe hij diezelfde nacht nog ging wandelen met haar. Sarah was gaan slapen, gerustgesteld, maar zij waren nog niet moe geweest.
"Stelt mam zich niet een beetje aan?", had ze gevraagd.
"Zeg niet zulke rare dingen", had hij geantwoord, "Je moeder en ik waren erg ongerust en je moet nooit meer zoiets geks doen."
Maar hij had haar gelijk gegeven, in stilte.
"Komen jullie eten?" Laura en Quint keken elkaar aan. Het was niet meer aan Laura te zien dat ze gehuild had.
"Kom, we moeten je moeder niet laten wachten."
Bij het naar de keuken lopen, waar Marga de tafel had gedekt, keek Quint op een andere manier naar Laura. Net als Imogeen was ook zíj al op bijzonder jonge leeftijd een zeer begerenswaardig wezentje. Haar lichaamsvormen werden prettig geaccentueerd in haar strakke spijkerbroek, en de bloes kon ondanks de afleidingsmanoeuvres van de vele kleuren en vormen niet verhullen dat ook Laura de beschikking had over alles wat een man op hol kan brengen. Quint zag het al helemaal voor zich, hoe Imogeen en Laura samen mannen konden pesten. Gevaarlijke jonge meisjes. Hoe vaak had hij zich niet verbaasd over Imogeen’s obsessie voor zijden ondergoed.
"Dat ziet toch niemand!", had hij steevast opgemerkt als ze samen gingen winkelen. En dan had ze maar een beetje moeten lachen. En nu kon hij niet anders constateren dan dat Laura, notabene de harstvriendin van zijn dochter, ook al zo’n sexueel geheimzinnig meisje was. De vorige keer dat hij haar had gezien, was hem dat helemaal niet als zodanig opgevallen. Quint nam plaats aan de eettafel, waar een meer dan gemiddelde maaltijd op hem wachtte.
"Val aan, straks loopt het nog weg", gaf Marga het startsein.
Laura keek hem aan, alsof ze iets doorhad. Geheimzinnige diepliggende ogen, waarachter een groot geheim schuil leek te gaan.
Na het eten had Marga cognac ingeschonken.
Hier weet men wel raad met de drankfles, dacht Quint.
Laura verliet de gezellige woonkamer. Vriendin weg of niet, het was natuurlijk een gewone zondagavond, en ze had de volgende dag een proefwerk geschiedenis. Quint vond het vervelend dat Laura hen moest verlaten. Niet alleen had hij de indruk dat ze nog een hoop te vertellen had over de verdwijning van Imogeen, ook vond hij haar een leuk klein ding, een futural Femme Fatale.
"Ben je nog iets opgeschoten, of zat ze maar een beetje te grienen?", vroeg Marga.
"Nee. Ik kreeg de indruk dat ze helemaal in de war is over het gebeuren. Toen ik haar het één en ander vroeg, sprongen er tranen in haar ogen. Kweet echt niet wat ik er van moet denken."
"Hé weet je, ik ken een hele goede waarzegster. Of nee, ze zal het wel verschrikkelijk vinden als ik haar zo noem. Ze is een medium ofzo. Ik zal je haar nummer geven, je weet nooit. Zeg Quint, zie jij tegenwoordig iemand?"
"Wat... hoe bedoel je?"
"Nou, sinds Sarah, je hebt toch nog wel een vriendin ergens?"
"Nou eh... nee eigenlijk. Nee. Ik heb wel eens gezocht naar een goede stiefmoeder voor Imogeen, maar ik denk dat het moeilijk is de juiste te vinden. We rooien het best aardig met z’n tweetjes, weetje"
"Ja maar jij dan, ik bedoel, je hebt toch net als iedereen sexuele gevoelens?"
Halleluja, dacht hij, dat Marga hier zo open over wil praten.
"Nou ja", stamelde hij verlegen-lachend, "het is enige tijd geleden, als je dat bedoelt! En jij dan, zie jij iemand?"
"Ik heb een hele goede vriendin. Zie je Quint, voor mij zijn bisexuele gevoelens heel gewoon. Dat ik een vriendin heb, neemt niet weg dat ik het best wel weer eens met een man wil doen."
"Maar... en Laura dan? Die hoort het dan toch?"
"Maak je daar nou maar geen zorgen over. Wie zegt dat we hier blijven? Ja, ik weet wat je denkt: In the middle of this mess, dochter zoek enzo. Je hoofd staat er misschien niet naar, maar mijn idee is altijd dat je juist heel erg rustig wordt na een uitputtende sexuele belevenis. En nog belangrijker: je zult zien dat je morgen alles met een veel helderder blik onder ogen ziet. Er is niets ergers voor een mens dan onbevredigd te zijn."
"Het verbaast me een beetje dat je er zo eh... doelmatig over kunt praten. Maar wie ben ik om nee te zeggen? Je bent een erg aantrekkelijke..."
"Kom kom, je hoeft mij nergens van te overtuigen. Pak je jas, gaan we."
Enigszins bezorgd over het eventuele promillage van Marga en met een gemengd gevoel van verdriet, leegte en opwinding zat Quint naast Marga in haar auto. Ze waren op weg naar de vriendin van Marga, die Nathalie bleek te heten. Nathalie was een zeer jonge vrouw, Quint schatte haar zo rond de 25 lentes jong. In tegenstelling tot Marga, had Nathalie lang sluik donker haar. Alles aan Nathalie verwees naar een exotisch oord. Marga stelde Quint en Nathalie aan elkaar voor, daarbij scherp in de gaten houdend hoe de beiden op elkaar reageerden. Ze had Nathalie al wel eens iets over Quint verteld, en ze hadden meermalen gefantaseerd over sex met een man erbij.
Quint had het nog nooit met twee vrouwen tegelijk gedaan. Toen hij op bed lag, gearmd met de naakte Marga, en zij beiden keken hoe Nathalie zich sensueel van haar onderkleding aan het ontdoen was, vroeg Quint zich een moment af waar hij in godsnaam mee bezig was. Moest hij niet op zoek naar zijn dochter? Zijn gedachtenstroom verloor echter al gauw elke coherentie, want Nathalie streek op hem neer en begon langzaam op hem heen en weer te bewegen. Vol bewondering keek Quint naar de volle borsten van de jonge mooie Nathalie, hoe de zwaartekracht het al bij voorbaat had verloren van deze stevige vormen. Marga was duidelijk ook gefascineerd door de borsten van de exotische Nathalie, en begon beide borsten beurtelings hartstochtelijk te kussen. Vastgegrepen in de zachte warmte van Nathalie begreep Quint hoezeer hij deze aangename sensatie gemist had. En hij begreep ook dat sex nooit beter kon zijn dan wanneer je de ander nauwelijks kende. Wat had hij met Nathalie besproken? Nog geen tien woorden! En daar zat zij bovenop hem, genietend, zachtjes kreunend, en ze keken elkaar lachend aan. Hier waren geen woorden nodig, geen besef van problemen, dagelijkse beslommeringen en al die triviale onzin die goede sex maar in de weg staan. Zo moest het vaker gaan, bedacht Quint, als je zo iemand op straat zag lopen waar je van dacht: wow, sex met dat mens, dan zou ik er weer even tegenaan kunnen! Wreed werd Quint uit zijn luchtkasteel getrapt; Nathalie werd aan de kant geduwd door Marga, die (zo had zij in de auto hiernaartoe gezegd) al lange tijd geen mannelijk lid meer had aangeraakt. Ze nam zijn geslachtsdeel helemaal in haar mond en begon haar hoofd wild heen en weer te bewegen. Quint genoot van de aanblik van haar blonde haren, die bij elke beweging anders werden geordend. Beteuterd keek Nathalie toe, om vervolgens het heft weer in handen te nemen. Beide vrouwen namen zijn geslacht om beurten in de mond, vochten lachend met elkaar, kusten elkaar en streelden Quint. Dit alles wond Quint dermate op dat hij een orgasme voelde naderen. Niet nu al, dacht hij angstig. Snel veranderde hij van positie. Het was wat hem betreft de hoogste tijd Marga te bedanken, want zíj had hem getroost, zij had deze heerlijke avond van onbezonnen lust voor hem geregeld. En nog belangrijker: hij vond haar bijzonder aantrekkelijk. Hij knielde neer, zijn hoofd tussen haar benen. Marga spreidde haar benen. Haar lenigheid verbaasde Quint, omdat hij haar in het dagelijks leven soms een beetje stijf vond overkomen. Langzaam bracht hij zijn hoofd dichterbij en begon haar teder te likken en te kussen. Beginnend bij haar dijen bewoog hij zijn hoofd steeds verder richting haar onderbuik.
"Oh Quint", mompelde Marga zacht, "waarom hebben we dit niet veel.. eerder.. gedaan?"
Hij antwoordde niet. Met zijn hoofd begraven tussen haar benen zou zij hem trouwens toch niet verstaan. Het is zelfs opvallend hoe geluiddempend een vrouw met haar huid en haar is. Met beide handen pakte hij haar billen stevig vast en drukte haar nog dichter tegen hem aan. Marga keek een moment naar beneden, naar het hoofd van Quint, en een glimlach verscheen op haar gezicht. Ze sloot haar ogen weer, haar lange wimpers zacht op elkaar. Voorzichtig tilde Quint haar een beetje met zijn handen op. Met zijn tong bewoog hij langzaam plagend rond haar schaamlippen. Marga kreunde zacht en legde een hand op zijn hoofd. Ze was inmiddels meer dan een beetje opgewonden geraakt en de rillingen gilden door haar ruggegraat. Quint had zijn doel bereikt en kuste haar clitoris, beet er voorzichtig in. Hij merkte dat Marga’s lichaam schokte, maar dit weerhield hem er niet van gewoon door te gaan met waar hij aan begonnen was.
Nathalie keek gefascineerd naar het gebeuren en streelde Marga zoals zij gewoon was te doen. De vrouwen kusten elkaar lang en innig en aaiden elkaars borsten.
Net toen Quint besloten had dat de rest van de wereld het in het vervolg maar zonder hem moest stellen, werd hij gevangen door een vreemd visioen. Eerst zag hij Imogeen weer voor zijn geestesoog, zoals hij haar nog maar zeer kort geleden in haar bed had zien liggen. Hij zag zichzelf bij haar bed staan, en zag weer hoe Imogeen zich in haar slaap omdraaide en haar blote rug naar hem richtte. Het visioen was erg realistisch. Hij rook zelfs de Limara ‘morning sunrise’ en kon de verschillende voorwerpen in de kamer van Imogeen onderscheiden, ja, zelfs op zijn gemak bestuderen. Daarna zag hij een andere Imogeen, ouder, maar het was haar zonder enige twijfel. Ze was gekleed in een korte rok, wat hem verbaasde, omdat ze een hekel aan rokken en jurken had. Onder haar rok had zij niets aan. Haar blote voetjes stonden op een witgekleurde zandgrond. Een enkele schaarse plant deed vermoeden dat ze zich ergens buiten bevond. Er was een man bij haar, een onbekende man, en hij begroef zijn gezicht onder haar rok. Zou zij nog leven? Zou hij nú zien, in zijn hallucinatie, wat zij ooit zou gaan meemaken? Zou zij ooit een tong tekeer voelen gaan tussen haar jonge benen? Quint keek weer naar het tafereel dat zich met een verontrustende hoeveelheid detail voor zijn geestesoog afspeelde. Wat moest hij doen? Hij zag hoe Imogeen haar hoofd naar achteren wierp, haar ogen gesloten, en eerst zacht en toen hard begon te kreunen. En zij opende een moment haar ogen en keek hem grijnzend aan. Het beeld verdween weer, alsof het allemaal maar een fantasie was geweest. Wie hij nu hoorde kreunen was Marga, die tot een hoogtepunt was gekomen. Bijna snikkend gooide zij zich in de armen van Nathalie, die haar over haar rug wreef. En toen was het Nathalie allemaal genoeg geweest. Met een boze blik wierp zij zich over Quint en duwde hem naar achteren. Ze zat nu over hem heen gehurkt en begon wild heen en weer te bewegen.
"Rustig!", brabbelde Quint, nogsteeds in verwarring over zijn vreemde hallucinatie, maar Nathalie bleef als een wild beest tekeergaan. Marga kuste Quint op zijn wang, een gebaar waarvan de simpele tederheid hem diep in zijn hart raakte. En hij voelde al gauw het orgasme weer opkomen, electrisch zoemend in elke zenuw van zijn lichaam. Elke vezel herinnerde hem aan dat, wat hij al twee jaar lang had gemist. Nathalie bleef soepel heen en weer bewegen, soms maakte ze een haal wat langduriger en daalde dan heel langzaam op Quint’s geslachtsdeel neer. Alsof ze ermee wilde zeggen dat je van de smaak van zo’n moment beter moest genieten door langer te kauwen. Maar plots jaagde ze er een hoog tempo in, en was er voor Quint geen houden meer aan. Kreunend stroomde hij in haar leeg, bij elke beweging van haar lichaam opnieuw geprikkeld. En nu richtte Nathalie zich op, haar haren in de war over het gezicht vallend. Nog half in coma van zijn orgasme keek Quint toe, hoe Nathalie op zijn geslachtsdeel heen en weer bleef bewegen. Marga was achter Nathalie gehurkt, haar handen om Nathalie haar borsten en ze kuste haar zongebruinde nek. En zo kwam de jonge Nathalie gillend klaar. Verslagen viel zij met haar hoofd in Quint’s nek. Ze kuste Quint en zei: "Aaaah... pas maar op dat ik je niet bijt!"